Proteaseremmer. Nirmatrelvir is een remmer van de SARS-CoV-2-hoofdprotease, Mpro, dat ook wel nsp5-protease wordt genoemd, of '3C-like'-protease (3CLpro, voluit SARS-CoV-2 3-chymotrypsin-like cysteïne protease enzyme). Remming van deze protease zorgt ervoor dat het enzym geen polyproteïnevoorlopers kan verwerken. Hierdoor wordt de virale replicatie voorkomen. Nirmatrelvir is een substraat voor het leverenzym CYP3A4.
Ritonavir remt de afbraak van nirmatrelvir die door CYP3A4 gemedieerd wordt, waardoor de plasmaconcentratie van nirmatrelvir toeneemt en de antivirale werking langer aanhoudt. Ritonavir bezit zelf geen activiteit tegen SARS-CoV-2.
Uit modellen en analyses blijkt dat de farmacokinetiek bij kinderen vanaf 6 jaar en minimaal 20 kg vergelijkbaar is met die bij volwassenen, zodra je rekening houdt met het verschil in gewicht.
| 20-40 kg | ≥ 40 kg | |
| Cmax nirmatrelvir op dag 5 (µg/ml) | 4,11* | 4,31* |
op basis van PopPK modellen [SmPC]
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Per tablet: 150 mg nirmatrelvir + 100 mg ritonavir
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
| Behandeling van COVID-19 |
|---|
|
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
≥40 kg:
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Het bijwerkingenprofiel bij kinderen is vergelijkbaar met dat bij volwassenen.
Vaak (1-10%): hoofdpijn, smaakstoornis. Misselijkheid, braken, diarree.
Soms (0,1-1%): overgevoeligheid waaronder huiduitslag. Hypertensie. Buikpijn. Spierpijn.
Zelden (0,01-0,1%): anafylaxie, toxische epidermale necrolyse (TEN) en Stevens-Johnsonsyndroom (SJS), jeuk. Malaise.
Van gebruik van ritonavir zijn verder gemeld: verhoging van levertransaminasen, hepatitis en geelzucht.
Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Risico ernstige bijwerkingen door interacties: de interacties met andere geneesmiddelen kunnen leiden tot:
Houd daarom rekening met de mogelijkheid van interacties vóór en tijdens de behandeling; gelijktijdig toegediende geneesmiddelen herzien tijdens de behandeling en controleer de patiënt op bijwerkingen die in verband staan met de gelijktijdig toegediende geneesmiddelen. Zie voor meer informatie de rubriek Interacties.
Hepatotoxiciteit en leverfunctie: wees voorzichtig bij bestaande leverziekten, afwijkingen in de leverenzymen of hepatitis, omdat verhoging van levertransaminasen, geelzucht en klinische hepatitis zijn voorgekomen na gebruik van ritonavir. Niet gebruiken bij een ernstig verminderde leverfunctie; er zijn geen farmacokinetische of klinische gegevens.
Controleer regelmatig de bloeddruk, met name bij ouderen, vanwege een hoger risico op ernstige complicaties van hypertensie. Hypertensie, over het algemeen niet ernstig en van voorbijgaande aard, is gemeld gedurende de behandeling met nirmatrelvir/ritonavir.
Risico ontwikkeling HIV-resistentie: omdat nirmatrelvir gelijktijdig wordt toegediend met ritonavir (vanwege diens CYP3A-remmende eigenschappen) is er een mogelijk risico dat HIV-1 resistent wordt voor HIV-proteaseremmers (ritonavir is van oorsprong een HIV-proteaseremmer, en in dit combinatiepreparaat relatief laag gedoseerd) bij mensen met een HIV-1-infectie die niet onder controle, of niet gediagnosticeerd, is.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Nirmatrelvir is substraat voor CYP3A4. Ritonavir remt het metabolisme van nirmatrelvir en verhoogt de nirmatrelvirconcentratie. De combinatie Nirmatrelvir/Ritonavir remt CYP3A4.
Ritonavir heeft veel interacties, maar de klinische relevantie bij 5 dagen ritonavirgebruik bij COVID-19 staat nog niet vast.
Zie voor relevante en/of andere interacties die voor nirmatrelvir/ritonavir gelden verder bij ritonavir (het kopje bij ritonavir onder Relevant, ‘Ritonavir verlaagt de concentratie van’ is niet van toepassing voor Nirmatrelvir/Ritonavir). De interacties die ritonavir als inductor veroorzaakt zijn vooralsnog niet meegenomen voor Nirmatrelvir/Ritonavir omdat na 5 dagen nog geen maximaal inducerend effect zal optreden.
Relevant:
Afname Nirmatrelvir/Ritonavir: de concentratie daalt door krachtige CYP3A4-inductoren (behalve rifabutine); combinatie wordt ontraden.
Nirmatrelvir/Ritonavir verhoogt de concentratie van: CYP3A4-substraten, combinatie wordt veelal ontraden, zie bij ritonavir.
Bij bepaalde substraten kan het advies zijn het CYP3A4-substraat tijdelijk te onderbreken tijdens en tot ten minste 3 dagen na het einde van de kuur Nirmatrelvir/ritonavir (totaal 8 dagen), zoals bij alfuzosine, atorvastatine, simvastatine of bij immunosuppressiva (ciclosporine, everolimus, sirolimus, tacrolimus).
Nirmatrelvir/Ritonavir verhoogt ook de concentratie van rifabutine, zie aldaar.
Niet beoordeeld:
Toename Nirmatrelvir/Ritonavir: de AUC en Cmax van nirmatrelvir stijgen door itraconazol, de Cmax ong. 1.2x en de AUC ong. 1.4x.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
| NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS) | ||
|---|---|---|
|
Zovirax
|
J05AB01 | |
| J05AB12 | ||
|
Cymevene
|
J05AB06 | |
|
Veklury
|
J05AB16 | |
|
Zelitrex
|
J05AB11 | |
|
Valcyte
|
J05AB14 | |
| FOSFONZUURDERIVATEN | ||
|---|---|---|
|
Foscavir
|
J05AD01 | |
| PROTEASEREMMERS | ||
|---|---|---|
|
Reyataz
|
J05AE08 | |
|
Prezista
|
J05AE10 | |
|
Telzir
|
J05AE07 | |
|
Crixivan
|
J05AE02 | |
|
Norvir
|
J05AE03 | |
|
Invirase
|
J05AE01 | |
| NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS | ||
|---|---|---|
|
Ziagen
|
J05AF06 | |
|
Emtriva
|
J05AF09 | |
|
Baraclude
|
J05AF10 | |
|
Epivir 3TC, Zeffix
|
J05AF05 | |
|
Vemlidy
|
J05AF13 | |
| J05AF07 | ||
|
Retrovir
|
J05AF01 | |
| NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS | ||
|---|---|---|
|
Pifeltro
|
J05AG06 | |
|
Stocrin
|
J05AG03 | |
|
Intelence
|
J05AG04 | |
|
Viramune
|
J05AG01 | |
|
Edurant, Rekambys
|
J05AG05 | |
| NEURAMINIDASEREMMERS | ||
|---|---|---|
|
Tamiflu
|
J05AH02 | |
|
Dectoza
|
J05AH01 | |
| ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN | ||
|---|---|---|
|
Kivexa
|
J05AR02 | |
| J05AR20 | ||
| J05AR13 | ||
|
Dovato
|
J05AR25 | |
| J05AR18 | ||
| J05AR19 | ||
| J05AR03 | ||
| J05AR09 | ||
|
Kaletra
|
J05AR10 | |
| OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN | ||
|---|---|---|
|
Hepcludex
|
J05AX28 | |
|
Tivicay
|
J05AX12 | |
|
Celsentri
|
J05AX09 | |
|
Isentress
|
J05AX08 | |
| J05AX24 | ||
| INTEGRASEREMMERS | ||
|---|---|---|
|
Vocabria
|
J05AJ04 | |
| ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR BEHANDELING VAN HCV-INFECTIES | ||
|---|---|---|
|
Zepatier
|
J05AP54 | |
|
Maviret
|
J05AP57 | |
|
Harvoni
|
J05AP51 | |
|
Copegus
|
J05AP01 | |
|
Sovaldi
|
J05AP08 | |
|
Epclusa
|
J05AP55 | |
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.