Dolutegravir

Stofnaam
Dolutegravir
Merknaam
Tivicay
ATC code
J05AX12
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

 

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

HIV:
Dispergeerbare tabletten
≥ 4 weken:
3-5 kg: 5
 mg/dag in 1 dosis
6-9 kg: en < 6 maanden: 10 mg/dag in 1-2 doses
6-9 kg: en ≥ 6 maanden:
15 mg/dag in 1 doses of 20 mg/dag in 2 doses
10-13 kg: 20 mg/dag in 1-2 doses
14-19 kg: 25 mg/dag in 1 doses of 30 mg/dag in 2 doses
≥ 20 kg: 30 mg/dag in1-2 doses

Tabletten:
≥ 6 jaar:
14-19 kg: 40 mg/dag in 1-2 doses
≥ 20 kg:
50 mg/dag in 1-2 doses

 

 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet (als Na-zout) 10 mg, 25 mg, 50 mg
Tablet dispergeerbaar (als Na-zout) 5 mg

Eigenschappen

Dolutegravir is een anti-HIV-middel. Het remt het enzym integrase in de humane gastheer-T-cel, waardoor het virale DNA niet kan integreren in het DNA van de gastheercel. Dit verhindert de vermenigvuldiging van het virus.

Kinetische gegevens

Geen informatie over farmacokinetische parameters bij kinderen

Doseringen

HIV
  • Oraal
    • 4 weken tot 6 maanden en 3 tot 6 kg
      [1]
      • 5 mg/dag in 1 dosis
    • 4 weken tot 6 maanden en 6 tot 10 kg
      [1]
      • 10 mg/dag in 1 - 2 doses.
    • 6 maanden tot 6 jaar en 6 tot 10 kg
      [1]
      • 15 mg/dag in 1 dosis
      • Alternatief: 20 mg/dag in 2 doses

    • 6 maanden tot 6 jaar en 10 tot 14 kg
      [1]
      • 20 mg/dag in 1 - 2 doses.
    • 6 maanden tot 6 jaar en 14 tot 20 kg
      [1]
      • 25 mg/dag in 1 dosis
      • Alternatief: 30 mg/dag in 2 doses

    • 6 maanden tot 6 jaar en ≥ 20 kg
      [1]
      • 30 mg/dag in 1 - 2 doses.
    • ≥ 6 jaar en 14 tot 20 kg
      [1]
      • 40 mg/dag in 1 - 2 doses.
    • ≥ 6 jaar en ≥ 20 kg
      [1] [2] [3]
      • 50 mg/dag in 1 - 2 doses.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Volgens de fabrikant is dosisaanpassing niet noodzakelijk bij ernstig verminderde nierfunctie.

Bij Dialyse

Er zijn geen gegevens over gebruik bij patiënten die dialyse ondergaan.

Bijwerkingen bij kinderen

Het bijwerkingen profiel bij kinderen komt overeen met het profiel bij volwassenen. 

Bijwerkingen algemeen

Zeer vaak (> 10%): hoofdpijn. Misselijkheid, diarree.

Vaak (1-10%): duizeligheid, slapeloosheid, abnormale dromen, vermoeidheid, depressie, angst. Braken, flatulentie, (boven)buikpijn. Jeuk, huiduitslag. Stijging waarden van ALAT, ASAT en creatinekinase (CK).

Soms (0,1-1%): overgevoeligheid zoals huiduitslag. Hepatitis. Immuunreconstitutie-inflammatoir-syndroom (IRIS). Spierpijn, gewrichtspijn. Suïcidale gedachten of suïcidepoging, in het bijzonder bij een voorgeschiedenis van depressie of psychiatrische ziekte.

Zelden (0,01-0,1%): acuut leverfalen.

Verder zijn gemeld: overgevoeligheidsreacties met orgaandisfunctie, waaronder ernstige leverreacties. Psychose.

Gewicht, serumlipiden en bloedglucosespiegels kunnen toenemen tijdens de behandeling met cART.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

De werkzaamheid van dolutegravir is aanzienlijk minder bij virale strengen met Q148 én > 2 secundaire mutaties van G140A/C/S, E138A/K/T of L74I; hiermee rekening houden bij bekende resistentie voor integraseremmers. Een behandelschema bestaande uit de twee middelen dolutegravir (50 mg 1×/dag) en lamivudine (300 mg 1×/dag) is alléén geschikt voor de behandeling van een HIV-1-infectie bij volwassenen als er geen bekende of vermoede resistentie is tegen de klasse van integraseremmers of lamivudine. Er zijn geen gegevens beschikbaar over het gebruik van de combinatie dolutegravir en lamivudine als behandelschema van twee middelen bij kinderen.

Bij optreden van eerste symptomen van ernstige huidreacties of overgevoeligheidsreacties (zoals ernstige huiduitslag, huiduitslag met gestegen leverenzymconcentraties, koorts, algehele malaise, vermoeidheid, pijn in spieren en gewrichten, blaren, laesies in de mond, conjunctivitis, faciaal oedeem, angio-oedeem, eosinofilie) de behandeling direct staken en de klinische status inclusief transaminasewaarden en bilirubine controleren; te laat staken van de behandeling kan tot een levensbedreigende reactie leiden.

Immuunreconstitutie-inflammatoir-syndroom (IRIS) is gemeld, vooral bij ernstige immuundeficiëntie bij aanvang van de behandeling. Wees hierbij voorzichtig, in verband met meer kans op ontstekingsreacties op latent aanwezige opportunistische infecties, met ernstige klinische ziektebeelden tot gevolg (zoals CMV-retinitis, focale en/of gegeneraliseerde mycobacteriële infecties of een Pneumocystis jiroveci-pneumonie). In dit kader kunnen ook auto-immuunziekten (zoals de ziekte van Graves, auto-immuunhepatitis, polymyositis en het Guillain-Barré-syndroom) optreden door immuunreactivering. De tijd tot optreden van deze ziekten is variabel, echter vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling.

Co-infecties met hepatitis B of C: Toepassing van antiretrovirale therapie bij chronische hepatitis B of C geeft meer kans op (mogelijk fatale) leverafwijkingen, controle van leverfunctiewaarden wordt aanbevolen. Dit geldt vooral bij patiënten bij wie de anti-hepatitis B-behandeling wordt gestaakt.

Gewicht, serumlipiden en bloedglucosespiegels kunnen toenemen tijdens de behandeling met cART. Voor lipiden is er enig bewijs dat het aan een specifieke behandeling gerelateerd is. Voor de controle van serumlipiden en bloedglucose, zie de vastgestelde HIV-behandelrichtlijn (zie link in rubriek Advies). Behandel lipidenstoornissen waar dat klinisch aangewezen is.

Osteonecrose: Hoewel de oorzaak multifactorieel wordt geacht, zijn er gevallen van osteonecrose gemeld bij gevorderde HIV-ziekte en/of langdurig gebruik van antiretrovirale combinatietherapie; bij optreden van pijn en stijfheid in de gewrichten of van moeilijker bewegen, de patiënt hierop controleren.

Interacties

Dolutegravir is substraat voor UGT1A1 (hoofdroute) en voor een klein deel voor CYP3A. Het is in vitro ook substraat voor P-gp. Het remt OCT2.

Relevant:

Absorptie: de absorptie wordt verminderd door gelijktijdige inname met antacida, calciumzouten, magnesiumzouten, sucralfaat en ijzerzouten. Dolutegravir moet ten minste 2 uur vóór of na het andere middel worden ingenomen.
Afname dolutegravir: de concentratie daalt door inductoren; bij combinatie met inductoren moet de dosering worden aangepast  Combinatie met etravirine of hypericum wordt ontraden.
De concentratie daalt door valproïnezuur, bij combinatie moet de effectiviteit van dolutegravir worden gemonitord.
Dolutegravir verhoogt de concentratie van: metformine.

Niet beoordeeld: bij combinatie met fosamprenavir geboost met ritonavir bij geen resistentie is dosisaanpassing van dolutegravir niet nodig; bij (vermoede) resistentie wordt combinatie met geboost fosamprenavir ontraden.

Referenties

  1. ViiV Healthcare UK Limited, SmPC Tivicay (EU/1/13/892/001-002) Rev 24 , 26-02-2021, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  2. Panel on Antiretroviral Therapy and Medical Management of HIV-Infected Children., Guideline for the use of Antiretroviral agents in pediatric HIV infection, https://aidsinfo.nih.gov/guidelines/html/2/pediatric-arv-guidelines/435/dolutegravir, Geraadpleegd 15 feb 2017
  3. Bamford, A., et al (PENTA Steering Committee) (2015), Paediatric European Network for Treatment of AIDS (PENTA) guidelines for treatment of paediatric HIV-1 infection 2015: optimizing health in preparation for adult life. , HIV Med, doi:10.1111/hiv.12217
  4. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 01 april 2021
  5. Informatorium Medicamentorum, (Interacties, verminderde nierfunctie), Geraadpleegd 11 dec 2018

Wijzigingen

  • 01 april 2021 13:40: De doseerinformatie is uitgebreid naar kinderen vanaf 4 weken obv SmPC
  • 15 februari 2017 10:26: NIEUW TOEGEVOEGD

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering