Lacosamide

Stofnaam
Lacosamide
Merknaam
Vimpat
ATC code
N03AX18
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen

Toedieningsvormen en hulpstoffen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Versiebeheer

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Epilepsie, monotherapie
> 2 jaar en < 50 kg: start 2 mg/kg/dag, wekelijks ophogen met 2 mg/kg/dag to max 12 mg/kg/dag voor kinderen < 40 kg en 10 mg/kg/dag voor kinderen van 40-50 kg.
>50 kg: start 2 dd 50-100 mg, daarna wekelijks ophogen met 100 mg tot maximaal 2 dd 300 mg.

Epilepsie, adjuvante therapie
≥ 2 jaar en < 50 kg: start 2 mg/kg/dag, wekelijks ophogen met 2 mg/kg/dag to max 12 mg/kg/dag voor kinderen < 20 kg, 10 mg/kg/dag voor kinderen van 20-30 kg en 8 mg/kg/dag voor kinderen van 30-50 kg.
>50 kg: start 2 dd 50 mg, daarna wekelijks ophogen met 100 mg tot maximaal 2 dd 200 mg.

Eigenschappen

Anti-epilepticum. Analogon van het endogene aminozuur en NMDA-receptor-modulator D-serine. Het werkingsmechanisme is niet volledig bekend; het vermindert de overactiviteit van natriumkanalen door de langzame inactivering van voltage-afhankelijke natriumkanalen selectief te versterken.

Farmacokinetiek

Het farmacokinetische profiel van lacosamide bij kinderen is vastgesteld in een populatie PK analyse met sparse plasma concentratie data. De toegediende doses lacosamide varieerden van 2 tot 17,8 mg/kg/dag in tweemaal daagse inname, met een maximum van 600 mg/dag.

  10 kg 20 kg 30 kg 50 kg 70 kg
Klaring (l/uur) 0,46 0,81 1,03 1,34 1,74

 

Doseringen

Epilepsie, monotherapie
  • Oraal
    • ≥ 2 jaar en < 40 kg
      [1]
      • Startdosering: 2 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: wekelijks ophogen op basis van klinische respons met stappen van 2 mg/kg/dag tot maximaal 12 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Bij het staken van de behandeling de dosering geleidelijk afbouwen.

    • ≥ 2 jaar en 40 tot 50 kg
      [1]
      • Startdosering: 2 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: wekelijks ophogen op basis van klinische respons met 2 mg/kg/dag tot maximaal 10 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Bij staken van de behandeling de dosering geleidelijk afbouwen.

    • ≥ 2 jaar en ≥ 50 kg
      [1]
      • Startdosering: 100 - 200 mg/dag in 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: wekelijks ophogen op basis van klinische respons met 100 mg/dag tot maximaal 600 mg/dag in 2 doses.
      • Bij staken van de behandeling de dosering geleidelijk afbouwen.

  • Intraveneus
    • ≥ 2 jaar en < 40 kg
      [1]
      • Startdosering: 2 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: wekelijks ophogen op basis van klinische respons met 2 mg/kg/dag tot maximaal 12 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Bij staken van de behandeling de dosering geleidelijk afbouwen.

    • ≥ 2 jaar en 40 tot 50 kg
      [1]
      • Startdosering: 2 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: wekelijks ophogen op basis van klinische respons met 2 mg/kg/dag tot maximaal 10 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Bij staken van de behandeling de dosering geleidelijk afbouwen.

    • ≥ 2 jaar en ≥ 50 kg
      [1]
      • Startdosering: 100 - 200 mg/dag in 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: wekelijks ophogen op basis van klinische respons met 100 mg/dag tot maximaal 600 mg/dag in 2 doses.
      • Bij staken van de behandeling de dosering geleidelijk afbouwen.

Epilepsie, adjuvante therapie
  • Oraal
    • ≥ 2 jaar en < 20 kg
      [1]
      • Startdosering: 2 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: wekelijks ophogen op basis van klinische respons met 2 mg/kg/dag tot maximaal 12 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Bij staken van de behandeling de dosering geleidelijk afbouwen.

    • ≥ 2 jaar en 20 tot 30 kg
      [1]
      • Startdosering: 2 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: wekelijks ophogen op basis van klinische respons met 2 mg/kg/dag tot maximaal 10 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Bij staken van de behandeling de dosering geleidelijk afbouwen.

    • ≥ 2 jaar en 30 tot 50 kg
      [1]
      • Startdosering: 2 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: wekelijks ophogen op basis van klinische respons met 2 mg/kg/dag tot maximaal 8 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Bij staken van de behandeling de dosering geleidelijk afbouwen.

    • ≥ 2 jaar en ≥ 50 kg
      [1]
      • Startdosering: 100 mg/dag in 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: wekelijks ophogen op basis van klinische respons met 100 mg/dag tot maximaal  400 mg/dag in 2 doses.
      • Bij staken van de behandeling de dosering geleidelijk afbouwen.

  • Intraveneus
    • ≥ 2 jaar en < 20 kg
      [1]
      • Startdosering: 2 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: wekelijks ophogen op basis van klinische respons met 2 mg/kg/dag tot maximaal  12 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Bij staken van de behandeling de dosering geleidelijk afbouwen.

    • ≥ 2 jaar en 20 tot 30 kg
      [1]
      • Startdosering: 2 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: wekelijks ophogen op basis van klinische respons met 2 mg/kg/dag tot maximaal  10 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Bij staken van de behandeling de dosering geleidelijk afbouwen.

    • ≥ 2 jaar en 30 tot 50 kg
      [1]
      • Startdosering: 2 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: wekelijks op basis van klinische respons ophogen met 2 mg/kg/dag tot maximaal 8 mg/kg/dag in 2 doses.
      • Bij staken van de behandeling de dosering geleidelijk afbouwen.

    • ≥ 2 jaar en ≥ 50 kg
      [1]
      • Startdosering: 100 mg/dag in 2 doses.
      • Onderhoudsdosering: wekelijks op basis van klinische respons ophogen met 100 mg/dag tot maximaal 400 mg/dag in 2 doses.
      • Bij staken van de behandeling de dosering geleidelijk afbouwen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 50 mg, 150 mg
Stroop 10 mg/ml
Infusievloeistof 10 mg/ml

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Bij verminderde nierfunctie neemt de AUC van lacosamide toe. Hierdoor is het risico op bijwerkingen verhoogd.

Kinderen ≥ 4 jaar en < 50 kg
GRF 10-30 ml/min/1.73 m2
Maximale onderhouddosering verlagen met 25%
GRF <10 ml/min/1.73 m2
Een algemeen advies kan niet worden gegeven

Kinderen ≥ 4 jaar en ≥ 50 kg
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
Onderhoudsdosering max. 250 mg per dag
GRF <10 ml/min/1.73 m2
Een algemeen advies kan niet worden gegeven


ANTI-EPILEPTICA

BARBITURATEN EN VERWANTE VERBINDINGEN
N03AA02

Primidon

Mysoline
N03AA03
HYDANTOINEDERIVATEN

Fenytoine

Diphantoine, Epanutin
N03AB02
SUCCINIMIDEDERIVATEN

Ethosuximide

Ethymal, Zarontin, Suxilep, Petnidan, Petnimid
N03AD01
BENZODIAZEPINEDERIVATEN

Clonazepam

Rivotril
N03AE01
CARBOXAMIDEDERIVATEN

Carbamazepine

Tegretol
N03AF01

Oxcarbazepine

Trileptal
N03AF02

Rufinamide

Inovelon
N03AF03
VETZUURDERIVATEN
N03AG01

Vigabatrine

Sabril
N03AG04
OVERIGE ANTI-EPILEPTICA

Brivaracetam

Briviact
N03AX23

Cannabidiol

Epidyolex
N03AX24

Felbamaat

Taloxa
N03AX10

Gabapentine

Neurontin
N03AX12

Lamotrigine

Lamictal
N03AX09

Levetiracetam

Keppra, Kevesy, Matever
N03AX14

Perampanel

Fycompa
N03AX22

Pregabaline

Lyrica
N03AX16

Stiripentol

Diacomit
N03AX17

Sultiam

Ospolot
N03AX03

Topiramaat

Topamax
N03AX11

Zonisamide

Zonegran
N03AX15

Bijwerkingen bij kinderen

Het veiligheidsprofiel dat werd waargenomen bij kinderen is gelijk aan het profiel bij volwassenen, hoewel  slaperigheid vaker voorkomt bij kinderen. De volgende bijkomende bijwerkingen zijn gemeld bij pediatrische patiënten: pyrexia, nasopharyngitis,
faryngitis, verminderde eetlust, abnormaal gedrag en lethargie. 

Bijwerkingen algemeen

Zeer vaak (> 10%): duizeligheid, hoofdpijn, dubbelzien, misselijkheid. Tevens bij kinderen: (naso)faryngitis, pyrexie.

Vaak (1-10%): depressie, verwardheidstoestand, slapeloosheid, evenwichtsstoornis, abnormale coördinatie, geheugenzwakte, cognitieve stoornis, slaperigheid, tremor, nystagmus, hypo-esthesie, dysarthria, aandachtsstoornis, paresthesie, wazig zien, vertigo, tinnitus, braken, obstipatie, flatulentie, dyspepsie, droge mond, diarree, jeuk, huiduitslag, spierspasmen, loopstoornis, asthenie, vermoeidheid, prikkelbaarheid, dronkengevoel, vallen, contusie. Alleen bij i.v.-toediening: pijn op de injectieplaats, irritatie. Tevens bij kinderen: verminderde eetlust, lethargie en abnormaal gedrag. Tevens bij primair gegeneraliseerde tonisch-klonische aanvallen: myoklonische aanvallen, ataxie.

Soms (0,1-1%): geneesmiddelenovergevoeligheid, agressie, agitatie, euforie, psychose, zelfmoordpoging, -gedachte, hallucinatie, syncope, abnormale coördinatie, AV-blok, bradycardie, atriumfibrilleren, atriumflutter, afwijkende leverfunctietesten (verhoging van ALAT > 2× de ULN), angio-oedeem, urticaria. Alleen bij i.v.-toediening: erytheem.

Verder zijn gemeld: agranulocytose, multi-orgaan overgevoeligheidsreactie (geneesmiddelgerelateerde huiduitslag met eosinofilie en systemische symptomen (DRESS)), convulsie, ventriculaire tachyaritmie, Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse, dosisafhankelijke verlenging van het PQ-interval.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen

  • tweede- of derdegraads atrioventriculair-blok.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Hartritme en geleiding: Wees voorzichtig bij patiënten met geleidingsproblemen, een ernstige hartaandoening (zoals een voorgeschiedenis van myocardinfarct, hartfalen, structurele hartaandoening of natriumkanalopathieën) en bij ouderen (vanwege het PQ-verlengend effect); overweeg het maken van een ECG vóór verhoging van de dosering > 400 mg/dag en nadat naar een steady-state is getitreerd. Adviseer patiënten om bij optreden van symptomen van hartritmestoornissen (langzame, snelle of onregelmatige pols, kortademigheid, licht gevoel in het hoofd, flauwvallen) direct medisch advies te vragen. Weeg bij patiënten die ernstige hartritmestoornissen ontwikkelen, voor- en nadelen af en overweeg om de behandeling te staken.

Controleer op verschijnselen van suïcidaal gedrag.

Er is kans op voor het eerst optreden van myoklonische aanvallen of verergering van deze aanvallen bij behandeling van primair gegeneraliseerde tonisch-klonische aanvallen, met name in de titratiefase. Weeg het voordeel en nadeel van verbetering van het ene type aanval tegen verslechtering van een ander type tegen elkaar af.

Interacties

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Referenties

  1. UCB Pharma S.A., SmPC Vimpat (EU/1/08/470/001-031) Rev.38. 23-03-2022, www.ema.europa.eu
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 22-4-2022

Wijzigingen

  • 08 juni 2022 17:52: Pk data (klaring) zijn aangepast obv de SmPC (Vimpat)
  • 26 april 2022 12:51: Doseeradvies uitgebreid naar kinderen vanaf 2 jaar obv SmPC
  • 10 oktober 2017 20:06: NIEUW TOEGEVOEGD

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering