Lamivudine

Stofnaam
Lamivudine
Merknaam
Epivir 3TC, Zeffix
ATC code
J05AF05
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen

Toedieningsvormen en hulpstoffen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Versiebeheer

Label dosisadvies Kinderformularium

HIV: 
< 3 mnd: Off-label
> 3 mnd: On-label
Chronische hepatitis B: Off-label
Neonatale profylaxe: Off-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

HIV:
> 30 kg: 2 dd 150 mg
21-30 kg: 75 mg + 150 mg
14-21 kg: 2 dd 75 mg
3 mnd-14 kg: 8 mg/kg
 

Eigenschappen

Nucleoside-analoog en 'Reverse Transcriptase Inhibitor' (NRTI). Lamivudine (= 3TC) is een antivirale stof die werkzaam is tegen retrovirussen zoals het HIV-type 1 en 2 maar ook tegen het hepatitis B-virus (HBV).

Het is pas werkzaam nadat het intracellulair door fosforylering is omgezet in de actieve metaboliet lamivudinetrifosfaat. Deze metaboliet remt het HIV-reverse-transcriptase door competitie met het natuurlijke substraat (deoxycytidinetrifosfaat) en blokkeert daardoor voortijdig de virale DNA-ketenverlenging.

Bij een hepatitis B-infectie berust het werkingsmechanisme op remming van viraal HBV-polymerase door incorporatie van lamivudinetrifosfaat in de keten, waardoor vorming van viraal DNA wordt geblokkeerd.

Farmacokinetiek

Biologische beschikbaarheid: Volwassenen: 80–85% volwassenen, kinderen < 12 j: 55–65%. Voedsel heeft geen invloed op biologische beschikbaarheid

Doseringen

Behandeling HIV infectie
  • Oraal
    • Zwangerschapsduur 32 weken tot 37 weken
      [6]
      • 4 mg/kg/dag in 2 doses.
    • a terme neonaat
      [6]
      • 4 mg/kg/dag in 2 doses.
    • ≥ 1 maand
      [6]
      • 8 - 10 mg/kg/dag in 2 doses. Max: 300 mg/dag.
      • Het voorschrijven van antiretrovirale therapie aan kinderen is voorbehouden aan artsen van een HIV-team. Retrovirale therapie is sterk onderhevig aan wisselingen in gangbare combinaties. Bovengenoemde dosering is dan ook slechts richtinggevend.

Neonatale profylaxe bij HIV positieve moeder
  • Oraal
    • Prematuren Zwangerschapsduur ≥ 32 weken
      [9]
      • Postnatale leeftijd 0-4 weken: 4 mg/kg/dag in 2 doses
        Postnatale leeftijd > 4 weken: 8 mg/kg/dag in 2 doses

      • Behandelduur:
        • 2-6 weken, afhankelijk van de HIV NAT-resultaten, de viral load van de moeder ten tijde van de bevalling, en bijkomende risicofactoren voor HIV-overdracht. Raadpleeg een HIV expert.
        • Bij bevestigde HIV infectie: levenslang,  dosering obv indicatie HIV. 

         

      • In combinatie met zidovudine  plus óf nevirapine óf raltegravir

    • a terme neonaat
      [9]
      • Postnatale leeftijd 0-4 weken: 4 mg/kg/dag in 2 doses.
        Postnatale leeftijd >4 weken: 8 mg/kg/dag in 2 doses

      • Behandelduur:
        • 2-6 weken, afhankelijk van de HIV NAT-resultaten, de viral load van de moeder ten tijde van de bevalling, en bijkomende risicofactoren voor HIV-overdracht. Raadpleeg een HIV expert.
        • Bij bevestigde HIV infectie: levenslang, ophogen dosering naar dosis indicatie HIV. 

         

      • In combinatie met zidovudine plus óf nevirapine óf raltegravir

         

Chronische actieve Hepatitis B
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1] [2]
      • 3 mg/kg/dag in 1 dosis. Max: 100 mg/dag.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Drank 10 mg/ml , 5 mg/ml
Tablet filmomhuld 100 mg 150 mg, 300 mg

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Aanpassing niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
Aanpassing niet nodig
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
Aanpassing niet nodig
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
50 % van normale keerdosis en interval tussen twee doseringen: 24 uur

DIRECT WERKENDE ANTIVIRALE MIDDELEN

NUCLEOSIDEN EN NUCLEOTIDEN (EXCL. REVERSE-TRANSCR-REMMERS)
J05AB01
J05AB12

Ganciclovir

Cymevene
J05AB06

Valaciclovir

Zelitrex
J05AB11

Valganciclovir

Valcyte
J05AB14
FOSFONZUURDERIVATEN

Foscarnet

Foscavir
J05AD01
PROTEASEREMMERS

Atazanavir

Reyataz
J05AE08

Darunavir

Prezista
J05AE10

Fosamprenavir

Telzir
J05AE07

Indinavir

Crixivan
J05AE02

Ritonavir

Norvir
J05AE03

Saquinavir

Invirase
J05AE01
NUCLEOSIDE EN NUCLEOTIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Abacavir

Ziagen
J05AF06

Emtricitabine

Emtriva
J05AF09

Entecavir

Baraclude
J05AF10
J05AF07

Zidovudine

Retrovir AZT
J05AF01
NIET-NUCLEOSIDE REVERSE-TRANSCRIPTASEREMMERS

Efavirenz

Stocrin
J05AG03

Etravirine

Intelence
J05AG04

Nevirapine

Viramune
J05AG01

Rilpivirine

Edurant
J05AG05
NEURAMINIDASEREMMERS

Oseltamivir

Tamiflu
J05AH02

Zanamivir

Relenza, Dectoza
J05AH01
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR HIVINFECTIE, COMBINATIEPREPARATEN
J05AR02
J05AR13
J05AR18
J05AR19
J05AR03
J05AR09
J05AR10
OVERIGE ANTIVIRALE MIDDELEN

Dolutegravir

Tivicay
J05AX12

Enfuvirtide

Fuzeon
J05AX07

Maraviroc

Celsentri
J05AX09

Raltegravir

Isentress
J05AX08
ANTIVIRALE MIDDELEN VOOR BEHANDELING VAN HCV-INFECTIES
J05AP54
J05AP57
J05AP51

Ribavirine

Copegus, Rebetol
J05AP01

Sofosbuvir

Sovaldi
J05AP08
J05AP55

Bijwerkingen algemeen

Bij HIV-infectie
Vaak (1-10%): vermoeidheid, malaise, koorts. Hoofdpijn, slapeloosheid. Misselijkheid, braken, buikpijn, buikkrampen, diarree. Hoesten, neusklachten. Spierpijn. Huiduitslag, alopecia.

Soms (0,1-1%): neutropenie, anemie, trombocytopenie. (Tijdelijke) verhoging van serumleverenzymen (ASAT, ALAT).

Zelden (0,01-0,1%): hepatitis. Verhoging van serumamylasespiegels, pancreatitis. Rabdomyolyse. Angio-oedeem.

Zeer zelden (< 0,01%): 'pure red cell'-aplasie. Perifere neuropathie, paresthesie. Lactaatacidose.

Verder zijn gemeld: toename in serumlipiden- en bloedglucosespiegels, gewichtstoename.

Na aanvang van antiretrovirale combinatietherapie (cART) bij een ernstige immuundeficiëntie kan het immuunreconstitutie-inflammatoir-syndroom (IRIS) optreden. Ook kunnen in dit kader auto-immuunziekten optreden door immuunreactivering, zoals de ziekte van Graves, auto-immuunhepatitis, polymyositis en het Guillain-Barré-syndroom. De tijd tot optreden van de ziekte is variabel, echter vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling.

Er zijn gevallen van osteonecrose gemeld, vooral bij patiënten met algemeen erkende risicofactoren, gevorderde HIV-infectie of langdurige blootstelling aan cART.

Bij HBV-infectie
Zeer vaak (> 10%): verhoging ALAT-waarde.

Vaak (1-10%): huiduitslag, jeuk. Verhoging CK-waarde, spieraandoeningen inclusief spierpijn en spierkrampen.

Zelden (0,01-0,1%): angio-oedeem.

Zeer zelden (< 0,01%): lactaatacidose.

Verder zijn gemeld: trombocytopenie, rabdomyolyse.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Indien mogelijk voor de voeding toedienen. In geval van substantieel braken (dwz zeggen niet een enkel mondje:
<15 minuten na inname: volledige nieuwe dosis geven als pasgeborene rustig is
15-30 minuten na inname: geef halve dosis
>30 minuten na inname: Geen nieuwe dosis geven, meeste medicatie is opgenomen.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen

Algemeen
Bij verdenking op pancreatitis (aan de hand van symptomen of laboratoriumwaarden) de behandeling onmiddellijk staken. Ernstige (soms fataal verlopende) gevallen van lactaatacidose zijn in verband gebracht met pancreatitis, leversteatose, lever- en nierfalen. Staak de behandeling: bij optreden van progressieve hepatomegalie, snel toenemende aminotransferasespiegels, symptomatische hyperlactatemie en/of metabole- of lactaatacidose.

Mitochondriale disfunctie is gemeld bij kinderen die in utero en/of postnataal zijn blootgesteld aan nucleoside-analoga.

Bij HIV-infectie
Immuunreconstitutie-inflammatoir-syndroom (IRIS) is gemeld, vooral bij ernstige immuundeficiëntie bij aanvang van de behandeling. Wees hierbij voorzichtig, in verband met meer kans op ontstekingsreacties op latent aanwezige opportunistische infecties, met ernstige klinische ziektebeelden tot gevolg, zoals CMV-retinitis, focale en/of gegeneraliseerde mycobacteriële infecties of een Pneumocystis jiroveci-pneumonie. In dit kader kunnen ook auto-immuunziekten optreden door immuunreactivering, zoals de ziekte van Graves, auto-immuunhepatitis, polymyositis en het Guillain-Barré-syndroom. De tijd tot optreden van deze ziekten is variabel, echter vaak pas vele maanden na aanvang van de behandeling

Bij een reeds bestaande leverfunctiestoornis en bij een chronische co-infectie met HBV of HCV neemt de kans op ernstige en mogelijk fatale hepatische bijwerkingen toe. Patiënten met een bestaande leverfunctiestoornis nauwlettend controleren; bij duidelijke verergering van de leverziekte de behandeling tijdelijk of definitief staken. Bij optreden van pijnlijke en/of stijve gewrichten de diagnose osteonecrose overwegen.

Bij HBV-infectie
Tijdens de behandeling minimaal elke 3 maanden ALAT-en HBV-DNA-waarden meten en bij HBeAg-positieve patiënten elke 6 maanden het HBeAg. Spontane exacerbaties bij chronische hepatitis B komen relatief vaak voor en worden gekenmerkt door voorbijgaande toename van de serum-ALAT-waarde. Na starten kan de serum-ALAT-waarde stijgen terwijl de serum HBV-DNA-spiegels afnemen. Bij gecompenseerde leverziekte gaat zo'n stijging van de serum-ALAT-waarde doorgaans niet vergezeld van een toename van de serum bilirubineconcentraties of van verschijnselen van hepatische decompensatie. Bij langdurige therapie is ontwikkeling van YMDD-mutanten mogelijk, waarbij de serum HBV-DNA- en ALAT-waarden stijgen ten opzichte van eerder in de behandeling. Bij ontstaan van YMDD-mutanten op basis van de therapeutische richtlijnen een verandering naar of toevoeging van een tweede middel zonder kruisresistentie tegen lamivudine overwegen als HBV-DNA in het serum aantoonbaar blijft op of na 24 weken behandeling. Na staken van de behandeling kan eveneens een acute exacerbatie optreden met een stijging in zowel de serum-ALAT-waarde als de HBV-DNA-spiegel. Meestal zijn deze exacerbaties, vaak optredend tussen 8–12 weken na de behandeling, spontaan reversibel, maar enkele gevallen met fatale afloop zijn gemeld. Na staken van de behandeling daarom gedurende ten minste 4 maanden regelmatig ALAT-waarden en bilirubinespiegels bepalen en daarna op klinische indicatie. Er zijn onvoldoende gegevens over het opnieuw opstarten van een behandeling met lamivudine bij een recidiverende hepatitis na de vorige behandeling.

Bij het ondergaan van een transplantatie of bij gedecompenseerde levercirrose is er meer kans op actieve virusreplicatie. Dergelijke patiënten minstens iedere maand controleren op klinische, virologische en serologische parameters geassocieerd met hepatitis B, antivirale respons, lever- en nierfunctie; na eventueel staken van de behandeling tot ten minste 6 maanden hierna blijven controleren op deze parameters.

Behandeling van HBV-infectie met lamivudine monotherapie bij patiënten die tevens zijn geïnfecteerd met HIV, maar hiervoor geen therapie nodig hebben, kan resulteren in het ontstaan van een HIV-mutatie.

.

Interacties

Relevant:

Lamivudine kan de werking van cladribine teniet doen; combinatie met cladribine wordt ontraden. Beide stoffen maken gebruik van dezelfde enzymsystemen (deoxycytidinekinase) voor de vorming van de actieve, intracellulaire trifosfaten.

Combinatie met emtricitabine wordt ontraden wegens het ontbreken van gegevens over de combinatie.

Niet beoordeeld: de Cmax van zidovudine stijgt met 28% bij gelijktijdige toediening, de totale biologische beschikbaarheid wordt niet significant beïnvloed.

Een hoog percentage virologisch falen en resistentieontwikkeling van HIV is gemeld, beide in een vroeg stadium, bij combinatie van lamivudine plus tenofovir en abacavir of didanosine.

Volgens de fabrikant is voorzichtigheid geboden bij gebruik van immunosuppressiva, waaronder oncolytica, bij HBeAg-negatieve patiënten, wegens beperkte gegevens.

Referenties

  1. Hartwig NC, et al, Vademecum pediatrische antimicrobiele therapie, 2005
  2. Keam SJ, et al, Lamivudine: in children and adolescents with chronic hepatitis B virus infection., Paediatr Drugs, 2002, 4(10), 687-94
  3. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 14 dec 2021
  4. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 29 okt 2014
  5. CBO, Richtlijn Antiretrovirale therapie, www.cbo.nl, herziene versie december 2007
  6. Panel on Antiretroviral Therapy and Medical Management of Children Living with HIV, Guidelines for the Use of Antiretroviral Agents in Pediatric HIV Infection - Lamivudine, www.clinicalinfo.hiv.gov, April 7, 2021, https://clinicalinfo.hiv.gov/en/guidelines/pediatric-arv/lamivudine?view=full
  7. PENTA Steering Commitee, PENTA 2009 guidelines for the use of antiretroviral therapy, HIV Medicine, 2009, 10, 591-613
  8. Bamford, A., et al (PENTA Steering Committee) (2015), Paediatric European Network for Treatment of AIDS (PENTA) guidelines for treatment of paediatric HIV-1 infection 2015: optimizing health in preparation for adult life. , HIV Med, 2015, doi:10.1111/hiv.12217
  9. Panel on Antiretroviral Therapy and Medical Management of Children Living with HIV, Antiretroviral Management of Newborns with Perinatal HIV Exposure or HIV Infection, Dec 30, 2020, https://clinicalinfo.hiv.gov/en/guidelines/pediatric-arv/antiretroviral-management-newborns-perinatal-hiv-exposure-or-hiv-infection

Wijzigingen

  • 14 december 2021 13:57: De doseringen zijn gecheckt met de vigerende HIV richtlijn. Dit heeft geleid tot een wijziging in doseringen voor perinatale profylaxe en de toevoeging van een behaldadvies voor premature neonaten.
  • 11 januari 2019 12:35: Bij HIV mogelijkheid van 1x daags doseren toegevoegd voor kinderen ≥ 1 maand.
  • 11 januari 2019 12:34: Bij HIV mogelijkheid van 1x daags doseren toegevoegd voor kinderen ≥ 1 maand.
  • 04 oktober 2016 12:20: op basis van de herziene richtlijn is de gewichtsklasse gewijzigd en is voor kinderen < 25 kg een maximale dosering toegevoegd

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering