Varicella Zoster immunoglobuline

Stofnaam
Varicella Zoster immunoglobuline
Merknaam
Variquin
ATC code
J06BB03

Varicella Zoster immunoglobuline

Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Passief immuniserende werking tegen varicella-zoster-virus. De antistoffen zullen het virus neutraliseren, waardoor het niet meer kan binden aan de targetcel. Vervolgens vindt verdere eliminatie plaats. De maximale plasmaspiegel wordt na 2-4 dagen bereikt. De halfwaardetijd van IgG is ca. 21 dagen. De werkingsduur bedraagt ongeveer 2 weken, mogelijk langer. Afbraak van IgG als zodanig en van IgG in complexen vindt plaats in de cellen van het reticulo-endotheliale systeem.

Farmacokinetiek bij kinderen

Geen informatie

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Geregistreerd voor het voorkómen van waterpokken:
< 2 kg: 100 IE
> 2-10 kg: 200 IE
> 10-30 kg: 400 IE
> 30 kg: 600 IE

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. 100 IE/ml

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

BESCHIKBAARHEIDSPROBLEEM
  • Toedieningsweg niet van toepassing
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [3]
      • VariQuin is langere tijd niet beschikbaar. IGJ heeft daarom toestemming gegeven voor import van VariZIG zonder voorafgaande individuele toestemming van de inspectie.

VARIZIG: Voorkómen van varicella (waterpokken)
  • Intramusculair
    • < 2 kg
      [2]
      • 125 IE/dosis, éénmalig. Bij hernieuwde blootstelling later dan 3 weken dosis herhalen..
      • Advies inname/toediening:

        Langzaam, diep IM toedienen. Het preparaat bij voorkeur op lichaamstemperatuur brengen alvorens het toe te dienen.

      • Toediening is slechts zinvol indien het contact met een varicella zoster-patiënt niet langer dan 72 uur geleden heeft plaatsgevonden.

    • 2 tot 10 kg
      [1]
      • 250 IE/dosis, éénmalig. Bij hernieuwde blootstelling later dan 3 weken dosis herhalen.
      • Advies inname/toediening:

        Langzaam, diep IM toedienen. Het preparaat bij voorkeur op lichaamstemperatuur brengen alvorens het toe te dienen.

      • Toediening zo snel mogelijk, het liefst binnen 3 dagen maar uiterlijk binnen 10 dagen nadat het contact met een varicella zoster-patiënt heeft plaatsgevonden.

    • 10 tot 30 kg
      [2]
      • 500 IE/dosis, éénmalig. Bij hernieuwde blootstelling later dan 3 weken dosis herhalen..
      • Advies inname/toediening:

        Langzaam, diep IM toedienen. Het preparaat bij voorkeur op lichaamstemperatuur brengen alvorens het toe te dienen.

      • Toediening zo snel mogelijk, het liefst binnen 3 dagen maar uiterlijk binnen 10 dagen nadat het contact met een varicella zoster-patiënt heeft plaatsgevonden.

    • ≥ 30 kg
      [1]
      • 625 IE/dosis, éénmalig. Bij hernieuwde blootstelling later dan 3 weken dosis herhalen..
      • Advies inname/toediening:

        Langzaam, diep IM toedienen. Het preparaat bij voorkeur op lichaamstemperatuur brengen alvorens het toe te dienen.

      • Toediening zo snel mogelijk, het liefst binnen 3 dagen maar uiterlijk binnen 10 dagen nadat het contact met een varicella zoster-patiënt heeft plaatsgevonden.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Pijn en gevoeligheid op de injectieplaats. Zelden koorts en/of exantheem, misselijkheid, braken, hypotensie, tachycardie en overgevoeligheids- of anafylactische reacties (incl. shock).

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Patiënten met selectieve IgA-deficiëntie bij wie anti-IgA-antistoffen zijn aangetoond (bij voorkeur) niet met dit preparaat behandelen vanwege de kans op een anafylactische reactie.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Het risico van overdracht van met bloed overdraagbare agentia kan niet geheel worden uitgesloten. Niet toedienen bij gebleken overgevoeligheid voor bloedproducten wegens risico van een anafylactische reactie; indien toediening toch noodzakelijk wordt geacht, is nauwkeurige klinische controle aangewezen. Na injectie met immunoglobulinen kan de tijdelijke stijging van de titer van de verschillende passief overgedragen antistoffen in het bloed leiden tot fout-positieve resultaten bij serologisch onderzoek. Bij ernstige trombocytopenie of een hemorragische diathese kan s.c. toediening worden overwogen; niet onderzocht is of de werking dan is gegarandeerd. Het preparaat is niet geschikt voor i.v. toediening. Het is evenmin geschikt voor de preventie van herpes zoster bij patiënten die waterpokken hebben doorgemaakt c.q. bij wie antistoffen tegen het varicella zoster-virus aantoonbaar zijn en beïnvloedt bij hen evenmin het verloop van herpes zoster. Bij klinisch manifeste varicella is toediening niet zinvol.

Interacties Bron: KNMP Kennisbank

Niet beoordeeld: de immuunrespons op levende virusvaccins (zoals bof-, mazelen-, rubella- of varicellavaccin) kan worden verzwakt. Na toediening van varicellazosterimmunoglobuline dient vaccinatie met levend virusvaccin tot ten minste 6 weken (bij voorkeur 3 maanden) erna te worden uitgesteld. Indien binnen 14 dagen na vaccinatie met levend virusvaccin toediening van varicellazosterimmunoglobuline noodzakelijk is, dient 3 maanden na de toediening van varicellazosterimmunoglobuline te worden gerevaccineerd.

IMMUNOGLOBULINEN

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

NORMAAL HUMAAN IMMUNOGLOBULINE

Immunoglobuline intraveneus Normaal (IVIg)

Flebogamma, Gammagard, Kiovig, Nanogam, Octagam, Intratect, Gamunex, Privigen
J06BA02

Immunoglobuline, normaal SUBCUTAAN gebruik

Gammaquin, Hizentra, Hyqvia, Cuvitru
J06BA01
SPECIFIEKE IMMUNOGLOBULINEN

Antirhesus (D)-immunoglobuline

RhoPhylac, RheDQuin, Rhesonativ
J06BB01

Hepatitis B immunoglobuline

Hepatect CP; Immuno HBS
J06BB04

Palivizumab

Synagis
J06BB16
J06BB02
ANTIVIRALE MONOKLONALE ANTILICHAMEN
J06BD

Referenties

  1. Sanquin, SPC Variquin (RVG 16948) 25-03-2015, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  2. Aptevo Bio Therapeutics LLC, SmPC VariZIG Licentienr VS 2054, https://www.sanquin.org/nl/producten-en-diensten/plasmageneesmiddelen/producten-en-bijsluiters/immunoglobulinen/variquin
  3. Sanquin, Produktinformatie Varicella Zoster Immunoglobuline , www.sanquin.org, 19-07-2018

Wijzigingen

  • 30 november 2015 13:47: Het doseersadvies is gewijzigd obv de herziene SmPC

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering