Claritromycine

Stofnaam
Claritromycine
Merknaam
Klacid
ATC Code
J01FA09
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

Infecties: On-label
Eradicatie H.Pylori: Off-label

Toon registratiestatus

<12 jaar: 2dd 7,5 mg/kg tot max 2dd 500 mg gedurende 5-10 dagen.
>12 jaar: 2dd 250-500 mg gedurende 6-14 dagen.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Susp. oraal "granulaat voor" 25 mg/ml; 50 mg/ml
Gran. voor orale susp. 125 mg, 187,5 mg, 250 mg
Tablet 250 mg, 500 mg
Tablet met gereguleerde afgifte "SR" 500 mg

Eigenschappen

Bacteriostatisch (tegen sommige species bactericide) werkend macrolide. Derivaat van erytromycine. Remt de intracellulaire eiwitsynthese van gevoelige bacteriën door binding aan de 50S subunit van de ribosomen. Claritromycine werkt tegen een breed spectrum van aerobe, anaerobe, gram-positieve, gram-negatieve en zuurresistente bacteriën. Gewoonlijk gevoelig zijn: Listeria monocytogenes, Clostridium perfringens, Peptococcus niger, Propionibacterium acnes, Streptococcus groep F, Bordetella pertussis, Haemophilus influenzae, Helicobacter pylori, Legionella pneumophila, Moraxella catarrhalis, Pasteurella multocida, Borrelia burgdorferi, Chlamydia pneumoniae (TWAR), Chlamydia trachomatis, Mycobacterium avium, Mycobacterium chelonae, Mycobacterium fortuitum, Mycobacterium intracellulare, Mycobacterium kansasii, Mycobacterium leprae en Mycoplasma pneumoniae. Een verworven resistentie kan een probleem zijn bij: Staphylococcus aureus (MRSA of MSSA), Staphylococcus coagulase negative, Streptococcus pneumoniae, Streptococcus pyogenes, Streptococcus groep B, C, G en Streptococcus spp. Ongevoelig zijn: Enterobacteriaceae en niet–lactose fermenterende gram–negatieve staafjes.

Kinetische gegevens

Biologische beschikbaarheid is 50%.

Doseringen

Indicatie: Infecties
  • Oraal
    • Normaal preparaat (geen gereguleerde of verlengde afgifte)
      • 0 jaar tot 18 jaar en ≥ 2000 gr
        [5]
        • 15 mg/kg/dag in 2 doses , max: 1g/dag
    • Tablet met gereguleerde afgifte
      • 12 jaar tot 18 jaar
        [5]
        • 500 - 1.000 mg/dag in 1 dosis , max: 1.000mg/dag
Indicatie: Infecties bij cystische fibrose
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [1]
      • 15 mg/kg/dag in 2 doses , max: 1g/dag
Indicatie: Eradicatie H.Pylori (triple therapie)
  • Oraal
    • 0 jaar tot 18 jaar
      [6]
      • 15 mg/kg/dag in 2 doses , max: 1g/dag
      • Behandelduur:

        7 dagen

      • Triple therapie: clarytromycine in combinatie met:
        - omeprazol 1 mg/kg/dag PO in 1 dosis
        - amoxicilline 50 mg/kg/dag PO in 2 doses

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

MACROLIDEN, LINCOSAMIDEN EN STREPTOGRAMINEN

MACROLIDEN

Azitromycine

Zithromax
J01FA10

Erytromycine

Erythrocine
J01FA01
LINCOSAMIDEN

Clindamycine

Dalacin C
J01FF01

Bijwerkingen bij kinderen

Bij orale toediening treden vaak lichte maag-darm stoornissen op.

Bijwerkingen

Vaak (1-10%): misselijkheid, braken, dyspepsie, diarree, buikpijn, smaakverandering. Slapeloosheid. Hoofdpijn. Huiduitslag, overmatig zweten. Abnormale waarden leverfunctiestesten. Soms (0,1-1%): candidiasis, vaginale infectie. Vermoeidheid, asthenie, malaise, koorts, koude rillingen, pijn op de borst. Spierpijn, spierspasmen. Anorexie, verminderde eetlust, stomatitis, glossitis, droge mond, gastro–oesofageale reflux, gastritis, gastro–enteritis, oprispingen, flatulentie, obstipatie, proctalgie. Cholestase, hepatitis, verhoogde waarden ALAT, ASAT en gamma–GT. Verlenging QT–interval, palpitaties. Neusbloeding. (Draai)duizeligheid, slaperigheid, tremor. Angst, nervositeit. Oorsuizen, verminderd gehoor. Overgevoeligheid. Jeuk, urticaria, maculo–papuleuze huiduitslag. Leukopenie, neutropenie, trombocytose, eosinofilie. Verhoogde waarden in het bloed van AF en/of lactaatdehydrogenase. Verder zijn gemeld: verkleuring van de tong, verkleuring van de tanden, acute pancreatitis, pseudomembraneuze colitis. Cholestatische of hepatocellulaire geelzucht, cholestatische hepatitis, leverfalen. Acne, erysipelas, erythrasma, Stevens–Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse, DRESS-syndroom. Myopathie, rabdomyolyse. Vervorming/afwezigheid van het reukvermogen, convulsie. Doofheid. Verwardheid, abnormale dromen, depressie, depersonalisatie, psychotische stoornis, hallucinatie, desoriëntatie. Ventriculaire tachycardie, 'torsade de pointes'. Bloedingen, verhoogde INR, verlengde PT. Agranulocytose, trombocytopenie. Anafylactische reactie. Interstitiële nefritis, nierfalen, abnormaal gekleurde urine. Verhoogd creatinine, bilirubine(< 1%), BUN (4%) en verlaagd WBC (< 1%).

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties

Overgevoeligheid voor macroliden. Aandoeningen die kunnen leiden tot QT-intervalverlenging (zoals niet-gecorrigeerde elektrolytenbalans (K+, Ca2+, Mg2+), aangeboren QT-intervalverlenging, ventrikelaritmieën, gebruik van andere medicatie die het QT-interval kan verlengen). Ernstige leverziekte in combinatie met een nierziekte. Tabletten met gereguleerde afgifte 500 mg: creatinineklaring <30 ml/min.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Niet samen met cisapride, terfenadine. Cave interacties met andere geneesmiddelen, o.a. ciclosporine, theofylline en carbamazepine. Dosis aanpassen bij kinderen met een verminderde leverfunctie.

Macrolidegebruik door kinderen in de eerste 2 weken na de geboorte is geassocieerd met een sterk verhoogd risico op pylorusstenose (relatieve risico (RR): 29,8). Gebruik van macroliden door kinderen tussen 14 en 120 dagen geeft een verdrievoudigd risico (RR: 3,24). Om deze reden dient erytromycine met terughoudendheid te worden voorgeschreven aan kinderen tot 4 maanden.

Waarschuwingen en voorzorgen

Kruisovergevoeligheid met andere macroliden kan optreden, evenals met lincomycine en clindamycine. Voorzichtig bij leverfunctiestoornissen en bij matig-ernstige tot ernstige nierfunctiestoornissen. De leverfunctie onderzoeken indien een zich snel ontwikkelende asthenie ontwikkelt in samenhang met icterus, donkere urine, bloedingsneiging of hepatische encefalopathie. Bij de behandeling van H. pylori gerelateerde recidiverende ulcus duodeni moet men rekening houden met het ontstaan van resistente typen van H. pylori. Bij optreden van ernstige diarree de diagnose pseudomembraneuze colitis overwegen; in dat geval gebruik staken. Diarree geassocieerd met Clostridium difficile kan tot meer dan twee maanden na toediening van het antibioticum nog optreden. Toename van de symptomen van myasthenia gravis zijn gemeld. Als de kans op ototoxiciteit toeneemt, de vestibulaire en auditieve functie gedurende en na afloop van de behandeling nauwlettend volgen.

Interacties

Claritromycine remt CYP3A4 en P-gp, en is substraat voor CYP3A4.

Relevant: toename claritromycine: de plasmaconcentratie stijgt door HIV-proteaseremmers en cobicistat. Bij combinatie met atazanavir moet de claritromycinedosering worden gehalveerd; bij combinatie met de andere HIV-proteaseremmers of cobicistat is de maximale dosis claritromycine 1 g per dag. Bovendien kan de plasmaconcentratie van HIV-proteaseremmers stijgen.

Claritromycine remt het metabolisme van: zie bij KNMP Kennisbank Interactielijsten, CYP3A4-remmers, en van buspiron, carbamazepine, digoxine, HCV-middelen, linezolid, rifabutine en rilpivirine. Bovendien daalt de claritromycineconcentratie door rifabutine.

Claritromycine kan het QTc-interval verlengen en torsade de pointes is gemeld, het risico hierop is verhoogd bij combinatie met andere middelen waarbij torsade de pointes is gemeld. Bovendien remt claritromycine het metabolisme van disopyramide, domperidon, kinidine, pimozide en vandetanib, wat het effect op het QTc-interval kan versterken. Zie verder inleidende tekst Interactielijsten, QTc-verlengers.

De claritromycineconcentratie kan stijgen door diltiazem of verapamil, met als mogelijk gevolg verlenging van het QTc-interval. Bovendien kan de concentratie van diltiazem en verapamil stijgen, met als mogelijk gevolg daling van de hartfrequentie en de bloeddruk, en AV-block.

De AUC van claritromycine neemt af en de AUC van de hydroxymetaboliet van claritromycine neemt toe door etravirine of nevirapine. Bovendien neemt de AUC van etravirine of nevirapine toe.

Niet relevant: claritromycine remt het metabolisme van: zie bij KNMP Kennisbank Interactielijsten, CYP3A4-remmers, en van dabigatran, fluticason, isavuconazol, itraconazol, pravastatine, repaglinide, riociguat, theofylline en trazodon.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met fluvastatine of rosuvastatine.

Niet beoordeeld: CYP3A4-inductoren, zoals rifampicine en efavirenz verlagen de plasmaconcentratie.
Claritromycine remt het metabolisme van: methylprednisolon en omeprazol.
Claritromycine kan de absorptie van zidovudine verminderen. Een interval van ten minste 4 uur wordt aanbevolen.

Interacties antibacteriele middelen algemeen
Relevant: de werking van oraal buiktyfusvaccin kan worden verminderd bij gelijktijdige inname van antibacteriële middelen. Gescheiden inname met een interval van 3 dagen wordt aanbevolen. Alternatief: parenteraal buiktyfusvaccin.

Het effect van cumarinederivaten kan worden versterkt, waarschijnlijk door een verhoogde afbraak van stollingsfactoren gedurende de koortsperiode.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met orale anticonceptiva (dit geldt niet voor de enzyminducerende antibiotica rifabutine en rifampicine) of met TNF-α-antagonisten.

Referenties

  1. Hartwig NC, et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2005
  2. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 11 nov 2009
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 29 juni 2017
  4. Kneepkens CMF et al, Werkboek Kindergastroenterologie, 2002
  5. Abbot BV, SPC Klacid (RVG 16752), www.cbg-meb.nl, Geraadpleegd 27 mei 2010, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h15868.pdf
  6. NVK. . , Richtlijn Helicobacter Pylori-infectie bij kinderen van 0-18 jaar, 2012
  7. Lund M, Use of macrolides in mother and child and risk of infantile hypertrophic pyloric stenosis: nationwide cohort study. , BMJ, 2014, 348, g1908.

Wijzigingen