Benzylpenicilline (ook wel penicilline G) is een semisynthetisch, penicillinase-/β-lactamase-gevoelig, bactericide β–lactamantibioticum. Het remt de crosslinking van peptidoglycanen in de celwand, wat uiteindelijk leidt tot lysis en celdood. Het werkingsspectrum is relatief smal en omvat vooral Gram-positieve bacteriën en Gram-negatieve diplokokken.
Doorgaans gevoelig zijn o.a.:
Verworven resistentie kan een probleem zijn bij o.a.:
Relatief vaak ongevoelig zijn o.a:
Inherent resistent zijn:
Benzylpenicilline is zuur-gevoelig en kan daarom alleen parenteraal worden toegediend.
Bij te vroeg geboren en voldragen pasgeborenen leidt de onvolgroeidheid van de nieren en de lever tot een vertraagde eliminatie, met een serumhalfwaardetijd van maximaal 3 uur of langer. Daarom zijn bij pasgeborenen langere doseringsintervallen (doorgaans 8–12 uur) nodig, afhankelijk van de mate van rijpheid [SmPC Sandoz].
In verschillende farmacokinetische studies bij pasgeborenen varieert de klaring van benzylpenicilline bij zeer vroeggeboren pasgeborenen consequent van ongeveer 0,07 tot 0,11 L/h/kg, met een verlengde eliminatiehalfwaardetijd van ongeveer 4 uur. De klaring neemt toe naarmate de rijping vordert bij meer volgroeide en voldragen pasgeborenen (0,17–0,35 L/h/kg) [Muller 2007] [Padari 2018] [Metsvaht 2007].
Een populatie-PK-analyse door Muller 2007 evalueerde intraveneus benzylpenicilline (50.000 IE/kg om de 12 uur) bij zeer vroeggeboren pasgeborenen (N=20) met een zwangerschapsduur (GA) <32 weken en een vermoedelijke of bevestigde infectie op dag 3 na de geboorte. De klaring nam significant toe naarmate het lichaamsgewicht toenam. De toevoeging van GA leidde niet tot een verdere verbetering van de modelaanpassing. De volgende gemiddelde farmacokinetische waarden werden vastgesteld:
| PK parameter | Gemiddelde (SE) |
|---|---|
| CL (L/h) | 0.103 (±0.0104) |
| Vss (L) | 0.540 |
| T1/2β (h) | 3.9 |
SE: standard error
In een populatie-PK-model werden neonatale PK-gegevens uit Padari 2018 en Metsvaht 2007 gecombineerd om intraveneus toegediende benzylpenicilline te evalueren bij te vroeg en volgedragen pasgeborenen (zwangerschapsduur 24–42 weken) met vroeg optredende sepsis. Uit een niet-compartimentele analyse bleek dat de klaring lager was en de halfwaardetijd langer bij zeer vroeggeboren pasgeborenen; deze verschillen konden echter worden verklaard door rijpingsverschillen [Padari 2018] [Metsvaht 2007]:
| GA [ref] | Dosering/12 uur (IU/kg) | V (L/kg) | CL (L/h/kg) | T1/2 | Cmax (mg/L) | Cmin (mg/L) | AUC0-12 (mg.h/L) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ≥32 wk | |||||||
| [Padari 2018] | 25.000 (N=12) | 0.48 (0.38-0.51) | 0.21 (0.17-0.29) | 3.5 (3.0-4.2) | 62.5 (51.1-74.8) | 3.3 (2.3-4.9) | 173.6 (127.6-205.7) |
| 50.000 (N=4) | 0.63 (0.58-0.67) | 0.25 (0.19-0.35) | 4.2 (3.9-5.0) | 94.5 (87.3-98.7) | 6.4 (5.4-7.5) | 225.1 (212.0-295.0) | |
| ≤28 wk | |||||||
| [Metsvaht 2007] | 25.000 (N=9) | 0.64 (0.50-0.71) | 0.09 (0.07-0.11) | 4.6 (3.8-5.6) | 58.9 (52.9-77.5) | 3.4 (2.9-3.6) | 161.2 (136.3-169.6) |
| 50.000 (N=8) | 0.41 (0.33-0.57) | 0.07 (0.07-0.08) | 3.8 (3.3-7.0) | 145.5 (108.6-157.3) | 7.1 (5.2-12.9) | 389.3 (341.3-436.2) |
GA: gestational age (zwangerschapsduur)
De PK-getallen geven de mediaan (interkwartielafstand) weer.
In het definitieve populatie-PK-model werd de klaring bepaald door lichaamsgewicht (beschreven met allometrische gewichtsschaling) en de mate van niermaturatie, die afhankelijk was van de postmenstruele leeftijd. GA was geen onafhankelijke covariabele meer nadat rekening was gehouden met de postmenstruele leeftijdsafhankelijke niermaturatie. De definitieve geschatte parameterwaarden waren [Padari 2018]:
| PK parameter | Gemiddelde (SE) |
|---|---|
| CL (L/h/70 kg) | 13.2 (±1.04) |
| V (L/70 kg) | 29.8 (±2.56) |
SE: standard error
Therapeutische hypothermie vermindert de klaring van benzylpenicilline bij bijna voldragen en voldragen pasgeborenen (zwangerschapsduur 36–42 weken). Een populatie-PK-model specifiek voor benzylpenicilline bij 41 pasgeborenen toonde een klaring die afhankelijk was van de temperatuur en de postnatale leeftijd, met waarden van 0,16 L/h/kg tijdens de afkoeling (33,5 °C) die na opwarming (37 °C) op postnatale dag 5 toenamen tot 0,25 L/h/kg, wat wijst op een veranderde renale eliminatie in deze specifieke klinische context [Bijleveld 2018].
On-label
- Diverse infecties
Off-label
- Sepsis
- Congenitale syfilis
Poeder voor inj.vlst. (Na-zout) 70000 IE, 1 milj. IE, 10 milj. IE
| Bacteriele infecties |
|---|
|
| Ernstige bacteriële infectie, neonatale sepsis, meningitis |
|---|
|
| Congenitale syfilis |
|---|
|
Aanpassingen als volgt:
Overgevoeligheidsreacties, koorts. Na i.m. toediening kan spiernecrose en ontsteking op de plaats van toediening optreden, na i.v. toediening tromboflebitis. Verder ten gevolge van hoge doseringen: interstitiële nefritis, bloedbeeldafwijkingen, stollingsstoornissen.
Zeer vaak (>10 %): bij behandeling van (neuro)syfilis: de Jarisch-Herxheimer reactie (zie voor meer informatie onderin de rubriek).
Vaak (1-10%): overgevoeligheidsreacties zoals angio-oedeem, oedeem van de larynx, serumziekte, (allergische) vasculitis, urticaria, maculopapuleuze uitslag; koorts, eosinofilie. Na i.m.-toediening: lokaal spiernecrose, pijn en ontsteking; na i.v.-toediening: tromboflebitis.
Soms (0,1-1%): glossitis, stomatitis, misselijkheid, braken, diarree.
Zelden (0,01-0,1%): overige allergische reacties incl. anafylactische shock. Convulsies (met name bij epilepsie-patiënten, meningitis, hersenoedeem, bij/na cardiochirurgische ingrepen met de hart-long-machine, bij hoge doseringen (> 20 mln. IE/dag) of de snelle injectie van > 5 mln. IE en bij een verminderde nierfunctie). Candidiasis. Bij hoge i.v.-doseringen: oligurie of anurie (meestal spontaan reversibel binnen 2 dagen), interstitiële nefritis (vanaf ca. 12 mln. IE/dag). Veranderingen in het bloedbeeld (hemolytische anemie, leukopenie, granulocytopenie (neutropenie), agranulocytose, trombocytopenie, vooral bij hoge doseringen (bv. behandeling bacteriële endocarditis). Een hemolytische anemie kan nog tot 8 weken na het staken aanhouden. Voorbijgaande verhoging van LDH en serumtransaminasewaarden (m.n. ASAT). Bij snelle infusie van hoge doseringen (> 10 mln. IE): elektrolytstoornissen.
Zeer zelden (< 0,01%): adenopathie, lupus. Pseudomembraneuze colitis. Klinische tekenen van acute longziekte met koorts (Löffler-syndroom). Neurologische en psychiatrische stoornissen; bv. polyneuropathie, perifere neuropathie, vooral na hoge doseringen, voorts hallucinaties, verwardheid, agitatie, depressie, ernstige en soms fatale encefalopathie. Hepatitis, cholestase. Spier- en gewrichtspijn, bij verminderde nierfunctie zijn bij hoge doseringen ook myoklonieën gemeld. Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse, exfoliatieve dermatitis. Pancytopenie.
Verder zijn gemeld: arteriële occlusie. Slaperigheid. Pemfigoïd. Vooral bij congestieve hartaandoeningen kunnen bij hoge doseringen hypernatriëmie, metabole alkalose, hypokaliëmie of waterretentie optreden. Verlenging van de bloedingstijd (bij hoge doseringen; > 10 mln. IE/dag bij uremie, > 40 mln. IE/dag bij normale nierfunctie); deze kan tot enkele dagen na het staken van de therapie aanhouden. Bij zuigelingen bij i.m.-toediening: ernstige lokale reacties.
De Jarisch-Herxheimer reactie (met koorts, koude rillingen, tachycardie, bloeddrukdaling, spierpijn, zere keel en hoofdpijn) kan bij de behandeling van syfilis en andere infecties met spirocheten (bv. lymeborreliose en leptospirose) optreden binnen 2–12 uur na toediening van de eerste dosis. Deze reactie (van voorbijgaande aard) wordt vooral gezien bij syfilis met een hoge 'bacterial load', zoals bij een hoge RPR-titer en in het tweede stadium. De symptomen kunnen worden onderdrukt met antipyretica, zoals paracetamol. Bij zwangeren kan deze reactie een vroegtijdige partus en foetale nood veroorzaken; echter dit is geen reden om hen de syfilisbehandeling te onthouden, wel dient er tijdens de zwangerschap gekozen te worden voor een ander geneesmiddel.
Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb
Tussen penicillines onderling en (in mindere mate) cefalosporines kan kruisallergie en kruisresistentie voorkomen. Allergische reacties van huid en slijmvliezen kunnen soms pas na 48 uur optreden. In deze gevallen dient de behandeling te worden gestaakt. Bij hoge doses rekening houden met Na-gehalte. Bij nierinsufficiëntie geen hoge doses toedienen, wegens gevaar voor neurotoxiciteit, tubulusnecrose en anurie.
Als de infusies te snel worden toegediend, kunnen epileptische aanvallen en elektrolytstoornissen optreden. Een snelheid van niet meer dan 500.000 IE/minuut, 0,3 g/minuut, 300 mg/minuut wordt aanbevolen voor intraveneuze doses van meer dan 2.000.000 IE, 1,2 g, 1200 mg [SmPC Sandoz].
Tussen penicillinen onderling komt vaak kruisovergevoeligheid voor. Tussen penicillinen en andere β-lactamantibiotica, zoals cefalosporinen, is de kans hierop lager (meestal < 2%) en vooral relevant bij identieke of sterk vergelijkbare R1-zijketens. De klassieke schatting van 5–10% is achterhaald. Het gebruik bij een bevestigde (ernstige) overgevoeligheid voor penicillinen is gecontra-indiceerd. Wees voorzichtig bij overgevoeligheid voor andere β-lactamantibiotica zoals cefalosporinen, monobactams of carbapenems, de kans op een kruisreactie is sterk afhankelijk van specifieke zijketens. Overleg bij twijfel met een allergoloog of raadpleeg een kruistabel.
Huidreacties: Wees voorzichtig bij een allergische diathese (bv. hooikoorts) of astma of eerdere ernstige allergische reacties in de voorgeschiedenis. Controleer nauwkeurig in de eerste 30 minuten na toediening. Reacties van huid en slijmvliezen kunnen soms pas na 48 uur optreden. In dit geval de therapie staken en adequate therapie instellen (bv. antihistaminica). Bij patiënten met een dermatomycose zijn para-allergische reacties mogelijk, gezien er vaak sprake is van een gemeenschappelijke antigeniciteit tussen penicillinen en dermatofyte metabolieten. Bij een bestaande mononucleose-infectie (EBV-infectie) en ook bij een begeleidende infectie bij een acute lymfatische leukemie is er meer kans op huidreacties.
Ook kruisresistentie komt voor tussen penicillinen en cefalosporinen, vooral bij Gram-negatieve bacteriën, door gemeenschappelijke resistentiemechanismen (bv. productie van β-lactamasen).
Controle tijdens de behandeling: bij een behandeling van ≥ 5 dagen met hoge doseringen het bloedbeeld, de nierfunctie en elektrolyten controleren. Bij hoge doses rekening houden met de natriumbelasting, met name bij congestief hartfalen en bij een verminderde nierfunctie. Hierbij kunnen hypernatriëmie, metabole alkalose, hypokaliëmie of waterretentie optreden.
Neuro- en nefrotoxiciteit: bij verminderde nierfunctie geen hoge doses toedienen wegens gevaar van neurotoxiciteit (zich bv. uitend in convulsies), tubulusnecrose en anurie. Bij meningitis, epilepsie of hersenoedeem is er bij hoge doseringen (> 20 mln. IE/dag) een toegenomen kans op convulsies.
Syfilis: Periodieke klinische controle en serologische follow-up is aangewezen, waar nodig van de liquor cerebrospinalis. Volgens de NHG-Standaard Het soa-consult (2025): deze klinische en serologische controles afspreken 6 en 12 maanden na de behandeling. De controles zullen veelal plaatsvinden in (afstemming met) de tweedelijnszorg. Bij zwangeren kan de Jarisch-Herxheimer reactie (zie rubriek Bijwerkingen) vroegtijdige partus en foetale nood veroorzaken; echter dit is geen reden om hen de syfilisbehandeling te onthouden. Volgens de NHG-Standaard worden zwangeren met syfilis altijd verwezen naar de tweedelijnszorg. Tijdens de zwangerschap dient volgens de multidisciplinaire richtlijn SOA (2024) gekozen te worden voor een andere zoutvorm van benzylpenicilline, nl. benzathinebenzylpenicilline.
Ernstige en aanhoudende diarree: Overweeg de diagnose pseudomembraneuze colitis bij ernstige en persisterende (bloederige-slijmerige of waterdunne) diarree gedurende of na de therapie. Bij een vermoeden hiervan de behandeling met benzylpenicilline staken en een gepaste behandeling instellen. Vermijd in deze situatie geneesmiddelen die de peristaltiek remmen.
Beïnvloeding diagnostische testen: hoge doses penicillinen kunnen bij het aantonen van urobilinogeen, bepaling van 17-ketosteroïden, bij een aantal testen op glucose in de urine (Benedict, Clinitest) en bij de directe antiglobuline(Coombs-)test, fout-positieve reacties veroorzaken. De directe antiglobulinetest kan nog 6–8 weken positief blijven.
Penicillines algemeen:
Relevant:
Het effect van VKA's kan worden versterkt, waarschijnlijk door een verhoogde afbraak van stollingsfactoren gedurende de koortsperiode. Een uitzondering hierop is flucloxacilline, dit verzwakt het effect van VKA's door enzyminductie.
Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met orale anticonceptiva, tetracyclines of met TNF-α-antagonisten.
Niet beoordeeld:
Fenylbutazon, acetylsalicylzuur, probenecide en indometacine kunnen de halfwaardetijd van penicillines verlengen, doordat ze de tubulaire secretie remmen.
Combinatie van penicillines en aminoglycosiden kan een synergistische werking hebben.
Er is aangetoond dat er geen interactie optreedt tussen digoxine en penicillines.
Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.
| PENICILLINES MET BREED SPECTRUM | ||
|---|---|---|
| J01CA04 | ||
|
Selexid
|
J01CA08 | |
| BETALACTAMASE-GEVOELIGE PENICILLINES | ||
|---|---|---|
| J01CE08 | ||
|
Broxil
|
J01CE05 | |
| J01CE02 | ||
| BETALACTAMASE-RESISTENTE PENICILLINES | ||
|---|---|---|
|
Floxapen
|
J01CF05 | |
| COMBINATIEPREPARATEN | ||
|---|---|---|
|
Augmentin
|
J01CR02 | |
| J01CR05 | ||