Berotralstat

Stofnaam
Berotralstat
Merknaam
Orladeyo
ATC code
B06AC06
Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Plasmakallikreïneremmer. Bij HAE is er sprake van verhoogde activiteit van plasmakallikreïne, wat resulteert in de vorming van bradykinine, een krachtige vasodilatator die de vasculaire permeabiliteit verhoogt en verantwoordelijk is voor de HAE-aanvallen. Berotralstat voorkomt een toegenomen activiteit van plasmakallikreïne en daarmee angio-oedeemaanvallen bij HAE.

Farmacokinetiek bij kinderen

Op basis van farmacokinetische populatie-analyses bij pediatrische patiënten van 12 tot <18 jaar oud met een gewicht van ten minste 40 kg was de blootstelling bij steady state na orale toediening van berotralstat 150 mg eenmaal daags iets hoger (29% hoger) dan de blootstelling bij volwassenen, met een geschat geometrisch gemiddelde (CV%) AUCtau van 2515 (38,6) ng*u/ml. Dit verschil wordt echter niet als klinisch relevant beschouwd en er worden geen dosisaanpassingen aanbevolen bij pediatrische patiënten van 12 tot <18 jaar oud met een gewicht van 40 kg of meer.

[SmPC Orladeyo]

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label:
≥ 12 jaar

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Routinepreventie van recidiverende aanvallen van hereditair angio-oedeem (HAE):
Oraal: ≥ 12 jaar en ≥ 40 kg): 150 mg/dag in 1 dosis

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Capsulse (als dihydrochloride) 150 mg

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Routinepreventie van recidiverende aanvallen van hereditair angio-oedeem (HAE)
  • Oraal
    • Capsule, hard
      • 12 jaar tot 18 jaar en ≥ 40 kg
        [1]
        • 150 mg/dag in 1 dosis
        • Overweeg de behandeling stop te zetten bij patiënten met normale C1-esteraseremmer HAE (nC1-INH) bij wie na 3 maanden behandeling onvoldoende vermindering van de aanvallen is waargenomen.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Dosisaanpassing is niet nodig
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
Dosisaanpassing is niet nodig
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
Gebruik bij voorkeur vermijden, vanwege het risico op QT-verlenging. Als behandeling noodzakelijk is, moet passende controle (bijvoorbeeld ECG's) worden overwogen.
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Gebruik bij voorkeur vermijden, vanwege het risico op QT-verlenging. Als behandeling noodzakelijk is, moet passende controle (bijvoorbeeld ECG's) worden overwogen.

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Zeer vaak (> 10%): (sinus)hoofdpijn. Buikpijn, diarree; meestal in de eerste 1-3 maanden van gebruik en reversibel zonder de behandeling te staken.

Vaak (1-10%): braken, gastro-oesofageale reflux, flatulentie. Huiduitslag. Verhoogde waarden van ASAT, ALAT.

Verder is gemeld: misselijkheid.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Acute aanval van hereditair angio-oedeem (HAE): berotralstat is alleen geïndiceerd voor preventief gebruik; bij een doorbraakaanval deze behandelen met een ander hiervoor geregistreerd middel.

QT-verlenging kan optreden, met name als hoger dan de aanbevolen dosering gebruikt wordt. Dit risico is mogelijk verhoogd bij een verminderde nierfunctie; bij een ernstig verminderde nierfunctie alleen gebruiken onder passende controle zoals een ECG. Er zijn geen gegevens over gebruik bij risicofactoren voor QT-verlenging, zoals verstoring van de elektrolytenhuishouding, bestaande QT-verlenging (verworven of familiair), hogere leeftijd of gelijktijdig gebruik van andere geneesmiddelen die het QT-interval verlengen. Bij deze patiënten gebruik van berotralstat bij voorkeur vermijden. Overweeg passende controle (bijvoorbeeld ECG’s) als behandeling noodzakelijk is.

Er zijn beperkte gegevens over gebruik bij patiënten met HAE met een normale C1-esteraseremmer-activiteit (nC1-INH). Sommige categorieën van nC1-INH HAE reageren mogelijk niet op deze behandeling. Voer genetische testen uit volgens de huidige HAE-richtlijnen en staak de behandeling als er geen klinische respons wordt waargenomen.

Interacties Bron: KNMP/Informatorium Medicamentorum

Berotralstat is substraat voor P-gp en BCRP. Het is een matige remmer van CYP3A4 en CYP2D6, en een zwakke remmer van CYP2C9 en P-gp.

Niet beoordeeld:
Bij combinatie met CYP3A4-substraten kan dosisaanpassing nodig zijn: berotralstat verhoogt de AUC van oraal toegediend midazolam met ong. 124% en de Cmax met ong. 45%; berotralstat verhoogt de AUC van amlodipine met ong. 77% en de Cmax met ong. 45%.

Bij combinatie met CYP2D6-substraten kan dosisaanpassing nodig zijn: berotralstat verhoogt de AUC van dextromethorfan met ong. 177% en de Cmax met ong. 196%.

Bij combinatie met P-gp-substraten kan dosisaanpassing nodig zijn: berotralstat verhoogt de AUC van digoxine met ong. 48% en de Cmax met ong. 58%.

Vanwege mogelijke verlenging van het QTc-interval bij gebruik van berotralstat is voorzichtigheid geboden bij combinatie met andere middelen die het QTc-interval kunnen verlengen, zoals antiaritmica.

Ciclosporine (een P-gp- en BCRP-remmer) verhoogt de AUC van berotralstat met ong. 27% en verlaagt de Cmax met ong. 7%. Dosisaanpassing wordt niet aanbevolen bij gelijktijdig gebruik met P-gp- en BCRP-remmers.

Berotralstat verhoogt de AUC en Cmax van tolbutamide (CYP2C9-substraat) met ong. 73% resp. ong. 19%. Dosisaanpassing wordt niet aanbevolen bij gelijktijdig gebruik met CYP2C9-substraten.

OVERIGE HEMATOLOGISCHE MIDDELEN

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

ENZYMEN

Hyaluronidase

Hyason
B06AA03
MIDDELEN BIJ HEREDITAIR ANGIO-OEDEEM

Conestat alfa

Ruconest
B06AC04

Icatibant

Firazyr
B06AC02

Lanadelumab

Takhzyro
B06AC05

Referenties

  1. BioCryst Ireland Limited , SmPC Orladeyo (EU/1/21/1544/001) Rev 10, 31-8-2026 , www.ema.europa.eu
  2. Zorginstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, bijwerkingen, waarschuwingen en voorzorgen, contra-indicaties), Geraadpleegd 26-9-2026
  3. KNMP Informatorium Medicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 26-9-2026

Wijzigingen

  • 28 oktober 2026 14:02: Nieuwe monografie o.b.v. SmPC

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering