Nog geen geneesmiddelen bekeken. Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op een item om de details van een geneesmiddel te bekijken. De laatste aangeklikte geneesmiddelen verschijnen in deze lijst.
Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas
Recombinant humaan IgG4 monoklonaal antilichaam dat de signaaltransductie blokkeert via de type I-receptor (IL-4Rα/γc) voor IL-4 en via de type II-receptor (IL-4Rα/IL13Rα) voor zowel IL-4 als IL-13. IL-4 en IL-13 zijn type 2-cytokinen (inclusief Th2) die een belangrijke rol spelen bij ziekten met ontsteking type 2, zoals atopisch eczeem, astma en CRSwNP.
Farmacokinetiek bij kinderen
Na correctie voor lichaamsgewicht zijn er geen leeftijd gerelateerde farmacokinetische verschillen waargenomen bij adolescenten en kinderen van 6-12 jaar met atopische dermatitis. Bij kinderen in de leeftijd van 6 maanden tot en met 5 jaar oud nam de klaring toe met de leeftijd, maar hier wordt rekening mee gehouden in het aanbevolen doseringsschema.
Atopische dermatitis; astma in combinatie met atopische dermatitis 6 mnd-6 jaar 5-15 kg: SC 200 mg, daarna 200 mg elke 4 weken. 15-30 kg: SC 300 mg, daarna 300 mg elke 4 weken. ≥ 6 tot 12 jaar, 15-60 kg: SC 300 mg op dag 1 en dag 15; daarna 300 mg elke 4 weken (te starten na dag 15) ≥ 60 kg: SC 600 mg, daarna 300 mg elke 2 weken. ≥ 12 jaar: < 60 kg: SC Startdosis 400 mg en vervolgens 200 mg eenmaal per 2 weken; ≥ 60 kg: SC Startdosis 600 mg en vervolgens 300 mg eenmaal per 2 weken.
Astma: 6-12 jaar LET OP: Bij combinatie met constitutioneel eczeem: gebruik dosering voor eczeem. 15-30 kg: SC 300 mg/dosis elke 4 weken 30-60 kg: SC 200 mg/dosis elke 2 weken óf 300 mg/dosis elke 4 weken ≥ 60 kg: SC 200 mg/dosis elke 2 weken ≥ 12 jaar: LET OP: Bij combinatie met orale coricosteroiden of bij comorbide constitutioneel eczeem: gebruik dosering voor eczeem. SC Startdosis 400 mg en vervolgens 200 mg elke 2 weken.
Eosinofiele oesofagitis: ≥ 1 jaar ≥ 15-30 kg: SC 200 mg/dosis om de 2 weken 30-40 kg: SC 300 mg/dosis om de 2 weken ≥40 kg: SC 300 mg/dosis eenmaal per week
Chronische spontane urticaria 2-6 jaar: 5-15 kg: SC 200 mg/dosis elke 4 weken 15-30 kg: SC 300 mg/dosis elke 4 weken 6-18 jaar: 15-30 kg: SC 300 mg op dag 1, gevolgd door 300 mg op dag 15. Vervolgens 4 weken na dag 15: 300 mg/dosis elke 4 weken. 30-60 kg: SC Startdosis 400 mg/dosis eenmalig, vervolgens 2 weken na startdosis 200 mg/dosis elke 2 weken ≥ 60 kg: SC Startdosis 600 mg/dosis eenmalig, vervolgens 2 weken na startdosis 300 mg/dosis elke 2 weken
Beschikbare toedieningsvormen/sterktes
Inj vlst.150 mg/ml voorgevulde spuit of pen v 2 ml
Onderhoudsdosering:
vanaf 4 weken na dag 15:
300
mg/dosis
elke 4 weken.
Afhankelijk van het effect kan de dosis opgehoogd worden naar 200 mg/dosis elke 2 weken.
Als na 16 weken geen verbetering van symptomen is opgetreden, moet het stoppen van de behandeling overwogen worden.
Oogaandoeningen en orale herpes kwamen vooral voor in onderzoeken naar CE waarbij vaak oculaire jeuk, droog oog en blefaritis en soms ulceratieve keratitis.
Bijkomende bijwerkingen, met name verharding op de injectieplaats, huiduitslag op de injectieplaats en dermatitis op de injectieplaats werden gemeld bij COPD.
Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb
Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas
Er zijn van dit middel geen klinisch relevante contra-indicaties bekend.
Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen
Gevallen van enterobiase zijn gemeld bij kinderen van 6 tot 12 jaar met matig tot ernstig astma. Bij intestinale worminfecties kan dupilumab een negatieve invloed hebben op de reactie van het immuunsysteem; daarom vóór aanvang van de behandeling bestaande intestinale worminfecties behandelen. Stop dupilumab als tijdens de behandeling een worminfectie optreedt die niet goed reageert op behandeling.
Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas
Ernstige overgevoeligheidsreacties (vanaf enkele minuten tot maximaal 7 dagen na injectie) zijn gemeld, waaronder zeer zelden serumziekte/serumziekte-achtige symptomen. Laat de patiënt zich direct melden bij eerste symptomen van een overgevoeligheidsreactie; staak de toediening onmiddellijk bij een ernstige overgevoeligheidsreactie (onmiddellijk of vertraagd) en stel een passende therapie in.
Bij astma of COPD niet gebruiken voor het behandelen van acute symptomen of acute exacerbaties van astma of COPD, bronchospasmen of status asthmaticus.
Comorbide astma-behandeling niet aanpassen of stopzetten zonder overleg. Na staken van dupilumab de patiënt met comorbide astma zorgvuldig volgen.
Bij intestinale worminfecties kan dupilumab een negatieve invloed hebben op de reactie van het immuunsysteem; daarom vóór aanvang van de behandeling bestaande intestinale worminfecties behandelen. Stop dupilumab als tijdens de behandeling een worminfectie optreedt die niet goed reageert op behandeling. Gevallen van enterobiasis zijn gemeld bij kinderen van 6 tot 12 jaar met matig tot ernstig astma.
Aan conjunctivitis of keratitis gerelateerde voorvallen zijn gemeld, waaronder visuele stoornissen. Adviseer om nieuw opgetreden of verergerende oogsymptomen te melden. Bij het ontwikkelen van een onbehandelbare conjunctivitis of tekenen en symptomen van keratitis tijdens de behandeling, oogonderzoek laten uitvoeren.
Type 2-ontstekingsbiomarkers kunnen worden onderdrukt door systemisch gebruik van corticosteroïden. Gebruik van corticosteroïden niet abrupt staken maar geleidelijk afbouwen. Systemische ontwenningssymptomen en/of aandoeningen kunnen zichtbaar worden.
Ernstige systemische eosinofilie kan optreden bij patiënten die behandeld worden voor astma, soms met eosinofiele pneumonie en vasculitis die overeenkomt met eosinofiele granulomatose met polyangiitis (EGPA). Gevallen van vasculitis met EGPA zijn ook gemeld bij volwassen patiënten met CRSwNP en comorbide astma. Het kan samenhangen met het verlagen van de behandeling met orale corticosteroïden. Let op vasculitische uitslag, verslechterende pulmonale symptomen, cardiale complicaties en/of neuropathie.
Vorming van neutraliserende antistoffen is gemeld. Het heeft in het algemeen geen invloed op blootstelling aan dupilumab, veiligheid en werkzaamheid.
Niet beoordeeld: Kan worden gecombineerd met niet-levende vaccins.
De NVDV-Richtlijn Constitutioneel eczeem adviseert om levende of verzwakte vaccins ten minste 4 weken voorafgaand aan dupilumab toe te dienen. Als vaccinatie tijdens de behandeling met dupilumab nodig is, dan de behandeling met één dosisinterval onderbreken en deze 4 weken later hervatten.
Immuunmodulantie algemeen Relevant: Bij immunomodulantia met immunosuppressieve werking* kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. De NVR-richtlijn Biologicals ontraadt vaccinatie met levende micro-organismen tijdens gebruik van deze middelen.
Bij sommige middelen adviseert de fabrikant het middel een bepaalde termijn voorafgaand aan de vaccinatie met levende micro-organismen te staken, en na een bepaalde termijn te hervatten. Ook ontraadt de fabrikant van sommige middelen vaccinatie met levende micro-organismen bij neonaten, zoals het BCG- en Rotavirus-vaccin. Voor meer informatie wordt verwezen naar de stofteksten van de individuele stoffen.
Niet-levende vaccins (zie inleidende tekst Vaccins, Algemene opmerkingen): Tijdens gebruik van middelen met immunosuppressieve werking* kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden of kan een titerbepaling worden gedaan. Zie ook de LCI-richtlijn Vaccinatie bij chronisch inflammatoire aandoeningen.
Immunocyanine: De werking van immunocyanine kan worden verminderd door middelen met een immunosuppressieve werking*.
*De volgende immunomodulantia hebben een immunosuppressieve werking:
Calcineurineremmers: voclosporine.
Immunomodulantia bij transplantatie: azathioprine, basiliximab, belatacept, ciclosporine, everolimus, imlifidase, mycofenolzuur, sirolimus, tacrolimus en thymocytenimmunoglobuline.
Immunomodulantia tegen lymfocyten: abatacept, alemtuzumab, belimumab, inebilizumab, leflunomide, lymfocytenimmunoglobuline, natalizumab, ocrelizumab, ofatumumab, teriflunomide en ublituximab.
Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.
29 april 2026 12:19: Indicatie urticaria toegevoegd obv SmPC
31 maart 2025 11:51: Toepassing bij eosinofiele oesofagitis uitgebreid naar kinderen vanaf 1 jaar obv SmPC
21 april 2023 14:36: Toepassing bij Matig-ernstig tot ernstig constitutioneel eczeem uitgebreid naar kinderen vanaf 6 maanden. De indicatie eosinofiele oesofagitis is toegevoegd.
15 juli 2022 16:47: Leeftijdsondergens bij astma uitgebreid naar 6 jaar; Mogelijkheid tot ophogen dosering bij kinderen met eczeem (<12 jaar en 15-60 kg) toegevoegd
15 maart 2021 12:04: Doseeradvies voor kinderen 6-12 jaar toegevoegd obv SmPC