Selumetinib is een selectieve remmer van mitogeengeactiveerd proteïnekinase 1 en 2 (MEK1/2), die bij neurofibromatose type 1 (NF1) overactief zijn en zorgen voor de ongecontroleerde groei van tumoren (plexiforme neurofibromen). Via blokkade van MEK1/2 wordt de RAF-MEK-ERK-signaaltransductieroute geremd, wat leidt tot afname van de proliferatie en overleving van kankercellen waarin deze route overactief is.
De PK parameters bij pediatrische patiënten (3 tot ≤ 18 jaar) met NF1-PN en bij volwassen patiënten (≥ 18 jaar) met NF1-PN zijn vergelijkbaar.
Bij pediatrische patiënten (3 tot ≤ 18 jaar) bij een dosering van 25 mg/m²:
| Orale klaring | 8,8 l/h |
| Gemiddeld schijnbare distributievolume bij steady state | 78 L |
| Gemiddelde eliminatiehalfwaardetijd | ±6,2 h |
[SmPC Koselugo]
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Plexiforme neurofibromen: on label vanaf 3 jaar
Toon SmPC tekst Toon SmPC tekstNog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Capsules 10 mg, 25 mg
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
| Neurofibromatose type 1 |
|---|
|
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Zeer vaak (> 10%): wazig zicht. Braken, diarree, misselijkheid, stomatitis. Droge huid, acne, paronychia, huiduitslag, haarverandering. Koorts, asthenie, perifeer oedeem. Stijging creatinefosfokinase (CFK), creatinine, ASAT, ALAT in het bloed, daling hemoglobine, albumine in het bloed. Verlaagde ejectiefractie (LVEF). Hypertensie.
Vaak (1-10%): dyspneu. Droge mond. Faciaal oedeem.
Zeer vaak (> 10%): braken, misselijkheid, diarree, stomatitis, obstipatie. Droge huid, acne, huiduitslag, paronychia, haarkleurverandering, alopecia. Asthenie, perifeer oedeem. Stijging creatine fosfokinase (CFK), ASAT, ALAT in het bloed, daling hemoglobine in het bloed.
Vaak (1-10%): wazig zicht. Dyspneu. Droge mond. Koorts, faciaal oedeem. Stijging creatinine in het bloed. Verlaagde ejectiefractie (LVEF). Hypertensie. Daling albumine in het bloed.
Soms (0,1-1%): loslating van het retinale pigmentepitheel (RPED)/centrale sereuze retinopathie (CSR), retinale veneuze occlusie (RVO).
Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Er is één geval van RPED, CSR en RVO waargenomen bij één pediatrische patiënt met een pilocytisch astrocytoom die een monotherapie met selumetinib onderging.
Vanwege verstikkingsgevaar de capsules niet toedienen aan patiënten die de capsule niet in zijn geheel kunnen of willen doorslikken (bv. kinderen < 6 jaar).
[SmPC Koselugo]
Een verminderde linkerventrikelejectiefractie (LVEF) is gemeld. Controleer de LVEF voorafgaand aan de behandeling en tijdens de behandeling elke 3 maanden, of vaker indien klinisch geïndiceerd. Start selumetinib alleen bij een LVEF boven de vastgestelde ondergrens van de normaalwaarde. Bij optreden van LVEF-reductie kan dosisverlaging of onderbreken of staken van de behandeling nodig zijn. Er zijn geen gegevens over gebruik bij een voorgeschiedenis van de LVEF of een baseline LVEF lager dan de normaalwaarde.
Vanwege kans op visusstoornissen is een oftalmologische evaluatie aanbevolen vóór start van de behandeling en op elk moment wanneer een patiënt een nieuwe visuele stoornis meldt. Bij patiënten met loslating van het retinale pigmentepitheel (RPED) of centrale sereuze retinopathie (CSR) zonder verminderde gezichtsscherpte elke 3 weken een oogheelkundige beoordeling uitvoeren tot dit verdwenen is. Als de gezichtsscherpte wel wordt aangetast door RPED of CSR, de behandeling onderbreken en vervolgens hervatten met een lagere dosis. Als RVO wordt gediagnosticeerd, selumetinib definitief staken.
Controleer de leverfunctiefunctiewaarden , in het bijzonder ASAT en ALAT, voorafgaand aan de behandeling, elke maand gedurende de eerste 6 maanden van de behandeling en daarna indien klinisch geïndiceerd. Bij afwijkende waarden de behandeling onderbreken, de dosis verlagen of definitief staken.
Controleer bij patiënten van Aziatische afkomst extra nauwgezet op bijwerkingen, vanwege mogelijk een verhoogde blootstelling van selumetinib.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Selumetinib is substraat voor CYP3A4 (hoofdroute, 85%) en CYP2C19.
Relevant:
Afname selumetinib: de concentratie daalt door krachtige CYP3A4-inductoren.
Toename selumetinib: de concentratie stijgt door krachtige CYP3A4-remmers en fluconazol; bij combinatie kan verlaging van de dosering worden overwogen.
Tyrosinekinaseremmers
Relevant:
VKA's: tyrosinekinaseremmers kunnen het effect van VKA's op vele manieren beïnvloeden. Hierdoor kan/zal de verlenging van de stollingstijd sterker fluctueren. Bruton's tyrosinekinase (BTK)-remmers (zoals ibrutinib) remmen de trombocytenaggregatie en kunnen trombocytopenie veroorzaken. Bovendien kan chemotherapie trombocytopenie veroorzaken. Trombocytopenie bij gebruik van VKA's geeft een extra verhoogde bloedingsneiging.
Levende vaccins: tijdens het gebruik van tyrosinekinaseremmers met immunosuppressieve werking (acalabrutinib, asciminib, avapritinib, axitinib, binimetinib, bosutinib, cabozantinib, cobimetinib, dasatinib, erdafitinib, fedratinib, gilteritinib, ibrutinib, imatinib, larotrectinib, midostaurine, nilotinib, nintedanib, pazopanib, pemigatinib, pirtobrutinib, ponatinib, quizartinib, regorafenib, ruxolitinib, selumetinib, sorafenib, sunitinib, trametinib, vandetanib en zanubrutinib) kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken. De combinatie wordt bij voorkeur vermeden.
Niet-levende vaccins: tijdens gebruik van tyrosinekinaseremmers met immunosuppressieve werking kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan.
Geen interactie:
In de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met allergenen.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
| BCR-ABL-TYROSINEKINASEREMMERS | ||
|---|---|---|
|
Sprycel
|
L01EA02 | |
|
Tasigna
|
L01EA03 | |
| B-RAF-SERINE-THREONINEKINASEREMMERS | ||
|---|---|---|
|
Finlee, Tafinlar
|
L01EC02 | |
| ALK-REMMERS | ||
|---|---|---|
|
Xalkori
|
L01ED01 | |
| MEK-REMMERS | ||
|---|---|---|
|
Mekinist, Spexotras
|
L01EE01 | |
| OVERIGE PROTEINEKINASEREMMERS | ||
|---|---|---|
|
Rozlytrek
|
L01EX14 | |
|
Vitrakvi
|
L01EX12 | |
|
Ofev
|
L01EX09 | |
|
Caprelsa
|
L01EX04 | |
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.
Nog geen tweede medicijn geselecteerd.
Druk op ‘geneesmiddelen’ en vervolgens op om een geneesmiddel toe te voegen aan deze kolom.