Somatropine

Stofnaam
Somatropine
Merknaam
Genotropin, Norditropin, Nutropinaq, Omnitrope
ATC code
H01AC01
Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties

Voor ouders op Apotheek.nl
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Via DNA-recombinanttechniek vervaardigd polypeptide, dat overeenkomt met humaan hypofysair groeihormoon. Oefent de meeste werking uit via insuline-achtige groeifactor 1 (IGF-1), dat wordt geproduceerd in weefsels in het hele lichaam, vooral in de lever. Stimuleert de groei van de epifysairschijf in de lange beenderen; ook andere weefsels dan bot, zoals bindweefsel, huid, skeletspieren, thymus, lever, gonaden en (bij)nier kunnen in omvang toenemen. Bevordert de eiwitsynthese en beïnvloedt het vet- en koolhydraatmetabolisme en de mineraalhuishouding. Bij kinderen stimuleert het de lengtegroei en verhoogt het de groeisnelheid zolang de epifysairschijven nog niet gesloten zijn. Bij volwassenen verlaagt het de vetmassa, vergroot het de spiermassa, verhoogt het de minerale botdichtheid en verbetert het de energie, de vitaliteit en het subjectief welbevinden en normaliseert het de serum-IGF-1-(somatomedine-C-)concentratie. 1 mg somatropine = 3 IE somatropine.


 

Farmacokinetiek bij kinderen

De PK van kinderen is vergelijkbaar met die van volwassenen [SmPC NutropinAq] [FDA Humatrope].

Bij volwassenen gelden de volgende PK-parameters:

Referentie Dosering (SC/IV) Cmax (μg/L) Tmax (h) Vd (mL/kg) T½ (h)
SmPC Genotropin; Norditropin; Omnitrope; NutropinAq SC: 0,035 mg/kg 13-35 3-6 50 2-3
SmPC Genotropin; Norditropin; Omnitrope; NutropinAq SC: 5 mg 71±24 2-8 50 2-3
SmPC Norditropin IV: 33 ng/kg/min     67,6±14,6 0.35-0,40

Bij kinderen gelden de volgende PK-parameters:

Referentie Leeftijd (jaren) N= Dosering (SC, mg/kg/dag) Cmax (μg/L) Tmax (h) AUC (interval) V/F (L)  CL/F (L/h) T½, abs (h)
Houdijk 1997 Gemiddelde 16 16 0,022 Gemiddelde 18,8 (5,8–45,7; 95% CI 12,9–24,7) Gemiddelde 5,3 (2,0–9,6; 95% CI 4,0–6,6)
Gemiddelde 158,5 μg·h/L (AUC₀–∞); 50,9–413,0; 95% CI 111–205)
     
Lundberg 2018 Mediaan 10,1 (1,9-15,8) 87 0,033 Mediaan 21   Mediaan 464 mU·h/L (16 h)      
Lundberg 2018 Mediaan 10,1 (1,9-15,8) 41 0,066 Mediaan 34   Mediaan 865 mU·h/L (16 h)      
Papathanasiou 2021 Gepoolde kinderen: (N=15; mean 8,2, 6–11) + volwassenen (N=7) 22 0,030–0,035       28,2 (95% CI 17,1–39,3) 24,7 (95% CI 16,2–33,2) 5.6*

* Berekend met ln2 / Ka (=0,122)

Er is een aanzienlijke interindividuele variabiliteit in de farmacokinetiek van groeihormoon (GH) bij kinderen, terwijl de intra-individuele variatie minder uitgesproken is [Houdijk 1997] [Lundberg 2018]. Na subcutane toediening kan de absorptie bij kinderen iets langzamer verlopen, wat resulteert in een latere piekconcentratie en soms een langere schijnbare halfwaardetijd (5,6 uur) als gevolg van flip-flop-kinetiek; de totale systemische blootstelling blijft echter voorspelbaar bij dosering op basis van het gewicht. Volgens een PopPK-studie gaat een hoger lichaamsgewicht gepaard met een lagere dosisgenormaliseerde GH-blootstelling. Wanneer rekening wordt gehouden met de invloed van het lichaamsgewicht, werden geen extra verschillen in PK gevonden tussen kinderen en volwassenen [Papathanasiou 2021].

 

 

 

 

 

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Groeistoornissen
tgv groeihormoondeficiëntie: 0,025-0,035 mg/kg/dag SC (0,7-1,0 mg/m2/dag)
tgv Prader Willi syndroom: 0,035 mg/kg/dag SC (1,0 mg/m2/dag)
tgv Turner syndroom: 0,045-0,067 mg/kg/dag SC (1,3-2,0 mg/m2/dag)
tgv chronische nierinsufficientie: 0,045-0,050 mg/kg/dag SC (1,4 mg/m2/dag)
tgv SGA: 0,035 mg/kg/dag SC (1 mg/m2/dag)
tgv SHOX deficiëntie: 0,045-0,050 mg/kg/dag SC (1,4 mg/m2/dag)
tgv Noonan syndroom: 0,033-0,066 mg/kg/dag 

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. 3,33 mg/ml, 6,67 mg/ml, 10 mg/ml patroon 1,5 ml
Inj.vlst. 5 mg/ml patroon 2 ml
Inj.vlst. 3,33 mg/ml, 6,67 mg/ml pen
Poeder voor inj.vlst. 5 mg, 12 mg 

 

Ongewenste hulpstoffen

Omnitrope inj.vlst. 3,33 mg/ml bevat benzylalcohol 9 mg/ml.

Metacresol, in Genotropin, is in verband gebracht met zeer zelden optredende myositis. Als bij optreden van myalgie of onevenredige pijn op de plaats van injectie de diagnose myositis wordt gesteld, ga dan over op een formulering zonder metacresol.

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Algemene doseer informatie

  • De dosering wordt individueel bepaald en aangepast op basis van het klinische effect en de biochemische respons.
  • Dien de dosis 's avonds voor het slapengaan toe.
  • Behandeling met groeihormoon mag alleen worden gestart en gecontroleerd door een kinderarts-endocrinoloog en na beoordeling door Stichting Kind en Groei.
  • Somatropine en langwerkende preparaten zijn niet direct onderling uitwisselbaar.

Doseringen

Ga snel naar:

Groeistoornis ten gevolge van groeihormoondeficiëntie, neonatale hypoglykemie als gevolg van GH-deficiëntie
  • Subcutaan
Groeistoornis ten gevolge van het Prader Willi syndroom
  • Subcutaan
Groeistoornis ten gevolge van chronische nierinsufficiëntie
  • Subcutaan
Groeistoornis ten gevolge van het Silver-Russell-syndroom
  • Subcutaan
    • 1 jaar tot 4 jaar
      [32] [33] [34] [35] [36]
      • Startdosering: 1 mg/m2/dag in 1 dosis
        Na de leeftijd van 4 jaar krijgen deze kinderen een behandeling onder de indicatie SGA

Groeistoornis ten gevolge van een te laag geboortegewicht (SGA), het Kabuki-syndroom of een GHSR-mutatie
Groeistoornis ten gevolge van het syndroom van Turner, SHOX-deficiëntie, ACAN-mutatie of het syndroom van Noonan

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Bijwerkingen bij kinderen

Vaak (1-10%): perifeer oedeem. Artralgie, myalgie.

Soms (0,1-1%): stijfheid in extremiteiten. Hoofdpijn, benigne intracraniële hypertensie, paresthesie.

Zelden (0,01-0,1%): hypertensie. Slapeloosheid.

Verder zijn gemeld: epifysiolyse van de femurkop en de ziekte van Legg-Calvé-Perthes, het is onduidelijk of deze bijwerkingen verband houden met de onderliggende aandoening of met de behandeling met somatropine. Gevallen van leukemie zijn gemeld bij kinderen met GH-deficiëntie; echter er is geen bewijs dat de incidentie van leukemie is verhoogd zonder de aanwezigheid van predisponerende factoren.

Bij twee puberale kinderen met ACAN-mutaties werd milde scoliose gemeld [Renes 2024].

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Zeer vaak (> 10%): perifeer oedeem. Milde hyperglykemie. Artralgie, myalgie. Hoofdpijn, paresthesie.

Vaak (1-10%): stijfheid in extremiteiten. Slapeloosheid. Carpale–tunnelsyndroom.

Soms (0,1-1%): hypertensie. Diabetes mellitus type 2.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

  • gesloten epifysairschijven

Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

  • tumoractiviteit. Intracraniële tumoren moeten inactief zijn en tumorbehandeling moet voltooid zijn vóór starten groeihormoon;
  • acute levensbedreigende aandoeningen, zoals complicaties na open–hartoperaties, buikoperaties, meervoudig trauma na een ongeval, acute ademhalingsdeficiëntie.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

De start van de behandeling en de monitoring moeten altijd worden uitgevoerd door een kinderarts-endocrinoloog (of nefroloog als de indicatie chronische nierinsufficiëntie is). De belangrijkste parameters voor het beoordelen van de effectiviteit van groeihormoontherapie zijn de verandering in lengte-SDS en groeisnelheid. IGF-I-spiegels zijn essentieel voor het monitoren van de biologische respons en het aanpassen van de dosering [Wakeling 2017]. Artsen moeten altijd de lokale of nationale protocollen raadplegen voor de juiste monitoring van metabole en andere relevante parameters, aangezien de aanbevelingen per richtlijn kunnen verschillen en moeten worden afgestemd op de specifieke indicatie.

Wissel van injectieplaatsen om weefselveranderingen zoals lipoatrofie of lipohypertrofie te voorkomen [SmPC Omnitrope].

Het serumcortisol kan dalen door behandeling met somatropine; eerder niet-gediagnosticeerd centraal (secundair) hypoadrenalisme kan worden vastgesteld, en glucocorticoïd substitutietherapie kan nodig zijn.

Monitor de schildklierfunctie bij alle patiënten. Somatropine verhoogt namelijk de perifere dejodering van T4 naar T3 en kan zo een beginnende hypothyroïdie aan het licht brengen. Volg bij patiënten met hypothyroïdie de standaard suppletietherapie nauwlettend bij behandelen met somatropine.

Verricht fundoscopie op papiloedeem bij ernstige of terugkerende hoofdpijn, visusproblemen, misselijkheid en/of braken. Overweeg bij aanwezigheid van papiloedeem het bestaan van benigne intracraniële hypertensie en onderbreek zo nodig de groeihormoontherapie. Bij het hervatten van de therapie is zorgvuldige controle nodig.

Controleer op symptomen van glucose-intolerantie tijdens behandeling. Wees voorzichtig bij diabetes mellitus vanwege een diabetogene werking van groeihormoon; na instellen van somatropinebehandeling kan een hogere dosis insuline nodig zijn. Behandeling met somatropine is niet aangewezen bij diabetici met actieve proliferatieve of ernstige niet–proliteratieve retinopathie.

Bij aanhoudend oedeem of ernstige paresthesie de dosering verlagen om ontwikkeling van het carpale-tunnelsyndroom te voorkomen.

Bij het uitblijven van een respons moeten antilichamen worden bepaald en bij stijgende titers tevens de bindingscapaciteit.

Leukemie is gemeld bij een klein aantal kinderen met groeihormoondeficiëntie; echter er is geen bewijs dat de incidentie van leukemie is verhoogd zonder de aanwezigheid van predisponerende factoren, zoals bestraling van het hoofd of de hersenen.

Bij een voorgeschiedenis van jeugdkanker is de kans op een tweede neoplasma vergroot door behandeling met somatropine; vooral intracraniële tumoren (met name meningeomen) kunnen optreden bij patiënten die aan het hoofd zijn bestraald voor hun eerste neoplasma. Bij volledige remissie van een maligne aandoening, zorgvuldig controleren op een mogelijk recidief nadat de behandeling met groeihormoon is begonnen.

Bij groeihormoondeficiëntie door een intracraniële laesie regelmatig onderzoeken op progressie van de aandoening.

Epifysiolyse van de femurkop kan vaker voorkomen bij een endocriene stoornis, waaronder groeihormoondeficiëntie, dan bij de algemene populatie. Mank lopen en heup- of kniepijn kunnen hierop duiden.

Houd rekening met pancreatitis (hoewel zeldzaam) bij optreden van buikpijn, vooral bij kinderen.

Controleer op tekenen van scoliose tijdens behandeling, omdat dit bij ieder snelgroeiend kind kan verergeren.

Er is een verhoogde mortaliteit aangetoond bij patiënten met een acute levensbedreigende aandoening die werden behandeld met een hoge dosering somatropine (5,3-8 mg/dag), ten opzichte van placebo. Het betrof patiënten met complicaties van openhartoperatie, buikoperatie, meervoudig trauma veroorzaakt door een ongeval of acute ademhalingsinsufficiëntie. Er zijn geen gegevens over de veiligheid van het continueren van groeihormoonsuppletie bij een gelijktijdige acute levensbedreigende aandoening.

Interacties Bron: KNMP/Informatorium Medicamentorum

Niet beoordeeld:
De groeibevorderende werking van somatropine kan worden geremd door glucocorticoïden. De werking van corticosteroïden kan verminderen door somatropine.

Hoge doses androgenen en oestrogenen kunnen het bot versneld doen rijpen; hierdoor kan de groei worden geremd.

ADENOHYPOFYSEHORMONEN EN VERWANTE VERBINDINGEN

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

CORTICOTROFINE

Tetracosactide

Synacthen
H01AA02
SOMATROPINE EN SOMATROPINE-AGONISTEN

Mecasermine

Increlex
H01AC03

Somapacitan

Sogroya
H01AC07

Somatrogon

Ngenla
H01AC08

Referenties

  1. Eli Lily Nederland BV, SPC Humatrope (RVG 17070) 08-06-2018, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  2. Novo Nordisk BV, SPC Norditropin (RVG 105180) 14-08-2025, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  3. Sandoz GmbH , SPC Omnitrope (EU/1/06/332/013, EU/1/06/332/014, EU/1/06/332/015_EU/1/06/332/016, EU/1/06/332/017, EU/1/06/332/018_EU/1/06/332/010, EU/1/06/332/011, EU/1/06/332/012) , 02/2011
  4. Ipsen Pharma , SPC Norditropin (EU/1/00/164/003, EU/1/00/164/004, EU/1/00/164/005) 16-02-2006, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  5. Eli Lilly, FDA Humatrope, 07-2025
  6. Pfizer bv , SPC Genotropin (RVG 15790, RVG 25480) 10-05-2024, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  7. Ipsen Pharma , SPC NutropinAq (EU/1/00/164/003, EU/1/00/164/004, EU/1/00/164/005) 16-02-2006
  8. Houdijk E. C, et al., Pharmacokinetics and pharmacodynamics of recombinant human growth hormone by subcutaneous jet- or needle-injection in patients with growth hormone deficiency. , Acta Paediatr. , 1997, 86(12), 1301-7
  9. Lundberg E, et al., Broad variability in pharmacokinetics of GH following rhGH injections in children., Growth Horm IGF Res. , 2018, 40, 61-8
  10. Papathanasiou T, et al. , Pharmacokinetics and Pharmacodynamics of Once-Daily Growth Hormone Norditropin(®) in Children and Adults., Clin Pharmacokinet. , 2021, 60(9), 1217-26
  11. Castets S, et al., Diagnosis and management of congenital hypopituitarism in children. , Front Pediatr. , 2024, 31(3), 165-171
  12. Bosch I, et al. , Congenital Hypopituitarism During the Neonatal Period: Epidemiology, Pathogenesis, Therapeutic Options, and Outcome., Front Pediatr., 2021
  13. Schott D.A, et al., Growth Hormone Therapy in Children with Kabuki Syndrome: 1-year Treatment Results. , Horm Res Paediatr. , 2017, 88(3-4), 258-64
  14. Punt L.D, et al., Loss-of-Function GHSR Variants Are Associated With Short Stature and Low IGF-I. , J Clin Endocrinol Metab. , 2025, 110(5)
  15. Aouchiche K, et al., Growth hormone treatment outcomes in children with genetic isolated growth hormone deficiency., Eur J Pediatr. , 2025, 184(12)
  16. Gkourogianni A, et al., Clinical Characterization of Patients With Autosomal Dominant Short Stature due to Aggrecan Mutations., J Clin Endocrinol Metab. , 2017, 102(2), 460-9
  17. Muthuvel G, et al. , Treatment of Short Stature in Aggrecan-deficient Patients With Recombinant Human Growth Hormone: 1-Year Response. , J Clin Endocrinol Metab. , 2022, 107(5)
  18. Renes J.S, et al., Clinical Characteristics of Pathogenic ACAN Variants and 3-Year Response to Growth Hormone Treatment: Real-World Data. , Horm Res Paediatr. , 2024, 97(5), 456-69
  19. Shalev-Goldman E, et al., Impact of Growth Hormone Treatment in Children From an Extended Family With ACAN-Related Short Stature. , Clin Genet. , 2025
  20. Wang Y, et al., Short stature with precocious puberty caused by aggrecan gene mutation: A case report., Medicine (Baltimore). , 2020, 99(34)
  21. Sun J, et al., Evaluation of Growth Hormone Therapy in Seven Chinese Children With Familial Short Stature Caused by Novel ACAN Variants. , Front Pediatr. , 2022, 10
  22. Lin L, et al., A High Proportion of Novel ACAN Mutations and Their Prevalence in a Large Cohort of Chinese Short Stature Children., J Clin Endocrinol Metab. , 2021, 106(7)
  23. Sodero G, et al., Efficacy and safety of growth hormone therapy in children with Noonan syndrome. , Growth Horm IGF Res. , 2023
  24. Malaquias A.C, et al., Impact of Growth Hormone Therapy on Adult Height in Patients with PTPN11 Mutations Related to Noonan Syndrome. , Horm Res Paediatr. , 2019, 91(4), 252-261
  25. Noordam C, et al., Growth hormone (GH) secretion in children with Noonan syndrome: frequently abnormal without consequences for growth or response to GH treatment. , Clin Endocrinol (Oxf). , 2001, 54(1), 53-9
  26. Noordam C, et al., Growth hormone treatment in children with Noonan's syndrome: four year results of a partly controlled trial. , Acta Paediatr. , 2001 , 90(8), 889-94
  27. Jeong I, et al., Long-term efficacy of recombinant human growth hormone therapy in short-statured patients with Noonan syndrome., Ann Pediatr Endocrinol Metab. , 2016, 21(1), 26-30
  28. De Scheppe J, et al., Growth hormone therapy in pre-pubertal children with Noonan syndrome: first year growth response and comparison with Turner syndrome. , Acta Paediatr. , 1997 , 86(9), 943-6
  29. Jo K.J, et al., Comparison of effectiveness of growth hormone therapy according to disease-causing genes in children with Noonan syndrome. , Korean J Pediatr. , 2019, 62(7), 274-280
  30. Noordam K, et al., The relationship between clinical severity of Noonan's syndrome and growth, growth hormone (GH) secretion and response to GH treatment. , J Pediatr Endocrinol Metab., 2002, 15(2), 175-80
  31. Lee P.A, et al., Noonan syndrome and Turner syndrome patients respond similarly to 4 years' growth-hormone therapy: longitudinal analysis of growth-hormone-naïve patients enrolled in the NordiNet® International Outcome Study and the ANSWER Program. , Int J Pediatr Endocrinol. , 2015
  32. Smeets C.C, et al., Long-Term Results of GH Treatment in Silver-Russell Syndrome (SRS): Do They Benefit the Same as Non-SRS Short-SGA? , J Clin Endocrinol Metab. , 2016, 101(5)
  33. Goedegebuure W.J, et al., Gonadal function and pubertal development in patients with Silver-Russell syndrome. , Hum Reprod., 2018, 33(11), 2122-30
  34. Glińska M, et al., Response to Treatment with Recombinant Human Growth Hormone (rhGH) of Short Stature Children Born Too Small for Gestational Age (SGA) in Selected Centres in Poland., J Clin Med. , 2022, 11(11)
  35. Renes J.S, et al., Bloom syndrome in short children born small for gestational age: a challenging diagnosis. , J Clin Endocrinol Metab. , 2013, 98(10), 3932-8
  36. Wakeling E.L, et al., Diagnosis and management of Silver-Russell syndrome: first international consensus statement. , Nat Rev Endocrinol. , 2017, 13(2), 105-24
  37. Muthuvel G, et al. , Treatment of Short Stature in Aggrecan-deficient Patients With Recombinant Human GH: 3-year Response. , J Endocr Soc. , 2024, 8(12)
  38. Noordam C, et al., Long-term GH treatment improves adult height in children with Noonan syndrome with and without mutations in protein tyrosine phosphatase, non-receptor-type 11. , Eur J Endocrinol. , 2008, 159(3)
  39. ZorgInstituut Nederand, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 9-3-2026
  40. Informatorium Medicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 9-3-202

Wijzigingen

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering