Naproxen

Stofnaam
Naproxen
Merknaam
ATC code
M01AE02
Apotheek icon
Voor ouders op Apotheek.nl
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

< 6 jr: Off-label
> 6 jr: On-label
 

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Gewrichtsaandoeningen
> 6 jr: 10 mg/kg/dag in 2 doses met een interval van 12 uur.
Koorts
> 6 jr: start 10 mg/kg, daarna 2,5-5 mg/kg elke 8 uur, max 15 mg/kg/24 uur.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet 250 mg, 275 mg, 500 mg, 550 mg
Tablet omhuld (Na-zout) 220 mg
Tablet maagsapresistent 250 mg, 500 mg
Zetpil 250 mg, 500 mg
Suspensie "SyrSpend" 25 mg/ml

Eigenschappen

Prostaglandinesynthetaseremmer. Arylpropionzuurderivaat met analgetische, antiflogistische en antipyretische werking. Naproxen remt de trombocytenaggregatie.

Kinetische gegevens

T1/2 ongeveer 12 uur, tweemaal daags doseren mogelijk.

Doseringen

Indicatie: Juveniele Idiopathische Arthritis (JIA); pijn
  • Oraal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4] [5]
      • 10 - 15 mg/kg/dag in 2 - 3 doses , max: 1.250mg/dag
      • Advies inname/toediening:

        Tijdens of kort na de maaltijd innemen ivm maagbezwaren

  • Rectaal
    • 1 maand tot 18 jaar
      [4] [5]
      • 10 - 15 mg/kg/dag in 2 - 3 doses , max: 1.250mg/dag

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Aanpassingen als volgt:

GFR 50-80 ml/min/1.73 m2
Overweeg of gebruik van een NSAID is gerechtvaardigd. Als naproxen toch wordt voorgeschreven en de patiënt behoort tot een risicogroep: controleer de nierfunctie voorafgaand aan en binnen 1 week na starten van naproxen.
GFR 30-50 ml/min/1.73 m2
Overweeg of gebruik van een NSAID is gerechtvaardigd. Als naproxen toch wordt voorgeschreven en de patiënt behoort tot een risicogroep: controleer de nierfunctie voorafgaand aan en binnen 1 week na starten van naproxen.
GFR 10-30 ml/min/1.73 m2
Overweeg of gebruik van een NSAID is gerechtvaardigd. Als naproxen toch wordt voorgeschreven en de patiënt behoort tot een risicogroep: controleer de nierfunctie voorafgaand aan en binnen 1 week na starten van naproxen.
GFR < 10 ml/min/1.73 m2
Een algemeen advies wordt niet gegeven.
Klinische gevolgen

Risicofactoren zijn hartfalen, levercirrose, nefrotisch syndroom, chronische nieraandoening, oorzaken die leiden tot dehydratie (bijvoorbeeld ook zomerwarmte), gebruik van geneesmiddelen die de nierfunctie kunnen verminderen, zoals diuretica of RAAS-remmers.

NSAID's (inclusief COX-2-remmers) kunnen acute nierinsufficiëntie veroorzaken door verminderde nierperfusie (door hypovolemie). Normaal gesproken wordt een te sterke daling van de nierperfusie voorkomen door een verhoogde prostaglandinesynthese in de nieren; NSAID's verstoren dit compensatiemechanisme. Verminderde nierperfusie leidt bovendien tot water- en zoutretentie, met als gevolg verergering of het ontstaan van hypertensie en hartfalen.

Bij Dialyse

Hemodialyse / continue venoveneuze hemodialyse/hemo(dia)filtratie:

  • restfunctie nieren (urineproductie) WEL aanwezig: gebruik vermijden om restfunctie nieren te sparen
  • restfunctie nieren (urineproductie) NIET aanwezig: gebruik vermijden is niet nodig

Patiënten die dialyse ondergaan hebben een hoger bloedingsrisico, waarschijnlijk gerelateerd aan een abnormale plaatjesfunctie. Het bloedingsrisico kan extra worden verhoogd door gebruik van een LMWH aan het begin van de hemodialyse om stolling in de extracorporale circulatie te voorkomen.

NIET-STEROIDE ANTI-INFLAMMATOIRE EN ANTIREUMATISCHE MIDD.

AZIJNZUURDERIVATEN EN VERWANTE VERBINDINGEN

Diclofenac

Voltaren, Cataflam
M01AB05
M01AB01
PROPIONZUURDERIVATEN

Ibuprofen

Nurofen, Pedea, Brufen, Spidifen,, Zafen
M01AE01

Ibuprofen

Nurofen, Pedea, Brufen, Spidifen,, Zafen
M01AE01
COXIBS

Celecoxib

Celebrex
M01AH01
AZIJNZUURDERIVATEN EN VERWANTE VERBINDINGEN

Diclofenac

Voltaren, Cataflam
M01AB05
M01AB01
PROPIONZUURDERIVATEN

Ibuprofen

Nurofen, Pedea, Brufen, Spidifen,, Zafen
M01AE01

Ibuprofen

Nurofen, Pedea, Brufen, Spidifen,, Zafen
M01AE01
COXIBS

Celecoxib

Celebrex
M01AH01

Bijwerkingen bij kinderen

Pseudoporfyrie kan optreden bij kinderen met juveniele idiopathische artritis. Pseudoporphyria wordt gekenmerkt door verhoogde kwetsbaarheid van de huid, blaarvorming en littekens. (Lang et al. 1994)

Bijwerkingen bij volwassenen

Vaak (1-10%): zuurbranden, misselijkheid, maagpijn, buikpijn, obstipatie. Hoofdpijn, slaperigheid, duizeligheid, licht gevoel in het hoofd, oorsuizen. Allergische huidreacties (huiderupties, jeuk), ecchymosen, verminderde trombocytenaggregatie, verlengde bloedingstijd, perifeer oedeem, dyspneu. Soms (0,1-1%): dyspepsie, dorst, diarree, braken, ulcus pepticum, bloedverlies uit maag-darmkanaal, stomatitis (zelden ulceratief). Blauwe plekken, transpiratie, hartkloppingen, rillingen, vertigo, verminderd gehoor, wazig zien. Zelden (0,01-0,1%): maag-darmperforatie, niet-peptische ulcera, verergering van colitis ulcerosa of M Crohn, oesofagitis, haematemesis, pancreatitis, droge mond, keelirritatie, verminderde eetlust. Slapeloosheid, nervositeit, euforie, abnormale dromen, verminderd concentratievermogen, cognitieve disfunctie, depressie, spierzwakte, convulsies. Hoornvliestroebeling, papillitis, retrobulbaire optische neuritis, papiloedeem. Angio-oedeem, anafylactische reactie, alopecia, urticaria, erythema multiforme, lichtgevoeligheidsreacties, erythema nodosum, lichen planus, pustulaire reacties, 'fixed drug eruptions'. Pollakisurie, proteïnurie, glomerulaire nefritis, interstitiële nefritis, nierpapilnecrose, nefrotisch syndroom, nierfalen, hematurie, verhoogd serumcreatinine, hyperkaliëmie, stijging serumtransaminasen, alkalische fosfatase en bilirubine, icterus, hepatitis (soms met fataal verloop). Vermoeidheid, temperatuurverlaging of koorts, eosinofiele pneumonie, pulmonaal oedeem, astma, aseptische meningitis, bloedbeeldafwijkingen zoals daling Hb-gehalte en/of hematocriet, aplastische of hemolytische anemie, trombocytopenie, granulocytopenie, eosinofilie, leukopenie. Zeer zelden (< 0,01%): huiduitslag met blaarvorming (Stevens-Johnsonsyndroom, toxische epidermale necrolyse). Verder zijn gemeld: bloed in de ontlasting, flatulentie, gastritis, hartfalen, hypertensie, vasculitis. Na rectale toediening: lokale prikkeling of branderig gevoel.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Ulcus pepticum (actief of in de anamnese), maag-darmbloedingen (actief of in de anamnese), maag-darmperforatie, gastritis. Actieve colitis ulcerosa of M Crohn. Cerebrovasculaire of andere bloedingen. Hemorragische diathese. Optreden van astma-aanval, urticaria, angio-oedeem, neuspoliepen of rinitis na gebruik van acetylsalicylzuur of andere prostaglandinesynthetaseremmers. Ernstige nierinsufficiëntie. Ernstig hartfalen. Hemorroïden of predispositie tot rectaal bloedverlies (zetpillen).

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Wees voorzichtig bij astma (vanwege bronchospasmen), stollingsstoornissen, inflammatoire darmziekten (in remissie), porfyrie, systemische lupus erythematosus of andere collageenziekten, lever- en nierfunctiestoornissen, hypertensie, hartfalen, ischemische hartziekte, perifeer arterieel vaatlijden, cerebrovasculaire ziekte en bij risicofactoren voor cardiovasculaire ziekte (o.a. diabetes mellitus, hyperlipidemie, roken). Sommige prostaglandinesynthetaseremmers (vooral bij langdurig gebruik en in hoge doses) zijn geassocieerd met iets meer kans op arteriële trombose; met naproxen (in doseringen tot 1000 mg/dag) is daarop minder kans, maar enig risico kan niet worden uitgesloten. Bij ouderen, verminderde nierdoorbloeding, levercirrose, hartfalen, natriumrestrictie en een reeds bestaande nieraandoening de nierfunctie voor en tijdens de therapie controleren. Bij langere therapieduur regelmatig bloedbeeld, lever- en nierfunctie controleren. Bij optreden van een ernstige nierfunctiestoornis, gastro-intestinale ulceratie of bloeding de behandeling staken. Bij de eerste tekenen van huiduitslag, mucosale laesies of andere tekenen van overgevoeligheid de behandeling staken, aangezien ernstige en soms fatale huidreacties met prostaglandinesynthetaseremmers zijn gemeld.

Interacties

Relevant: het metabolisme van apixaban wordt geremd.

De (nefro)toxiciteit van tenofovirdisoproxil kan toenemen.

Niet relevant: de AUC van febuxostat wordt verhoogd.

Niet beoordeeld: volgens de fabrikant vertragen antacida de absorptie van het maagsapresistente preparaat.

Interacties NSAIDs algemeen:

De genoemde interacties zijn van toepassing voor alle NSAID's, inclusief salicylaten (preparaten met meer dan 100 mg acetylsalicylzuur of carbasalaatcalcium per doseereenheid).

Relevant:

NSAID's versterken het effect van: cumarinederivaten; NSAID's verhogen het bloedingsrisico, maar dit komt niet altijd tot uiting in de INR. Bij sommige patiënten wordt ook de INR beïnvloed. Bij NSAID-gebruik tot 1 week is dit weinig relevant. NSAID's hebben bovendien een ulcerogeen effect. Bij gebruik van meer dan 3 g acetylsalicylzuur per dag kan acetylsalicylzuur de INR verhogen. NSAID's moeten zo min mogelijk worden voorgeschreven aan patiënten die cumarines gebruiken. Fenylbutazon en piroxicam (uitzondering bij spondylitis ankylopoetica) en acetylsalicylzuur in een analgetische dosering zijn gecontraïndiceerd.

NSAID's versterken ook het effect van DOAC's (direct werkende orale anticoagulantia), hierdoor neemt het bloedingsrisico toe.

NSAID's verminderen het effect van: diuretica, RAAS-remmers, β-blokkers; NSAID's veroorzaken water- en zoutretentie. Door de verminderde werking kan hartfalen kan manifest worden of verergeren. Dit effect kan al optreden binnen enkele dagen na start van het NSAID en is vooral van belang bij ernstig hartfalen. De combinatie wordt bij voorkeur vermeden; als dit niet mogelijk is, moet de nierfunctie worden gecontroleerd en te sterke ontwatering worden vermeden.

Bij hypertensie kunnen NSAID's de antihypertensieve werking van de RAAS-remmer, het diureticum of de β-blokker verminderen, vooral bij nierfunctiestoornis. Bij NSAID-gebruik tot 2 weken is dit weinig relevant.

Overig effect: door toevoeging aan methotrexaat kan de methotrexaatconcentratie stijgen. Hierdoor kunnen ernstige bijwerkingen ontstaan, zeker bij hogere doseringen. Bij combinatie moeten de (neven)effecten van methotrexaat (bloedbeeld, ASAT, ALAT), alsmede de nierfunctie worden gemonitord. Bij 'high dose' methotrexaat moet tevens de methotrexaatconcentratie worden gevolgd.

De nefrotoxiciteit van ciclosporine kan worden versterkt. De nierfunctie moet worden gecontroleerd.

Glucocorticoïden (behalve fludrocortison) kunnen de ulcerogene werking van de NSAID's versterken. Het risico op een peptisch ulcus neemt toe bij hogere leeftijd, hogere doses en chronisch gebruik. Preventieve maatregelen moeten worden overwogen.

Bij gebruik van een SSRI, duloxetine, trazodon of venlafaxine neemt het risico op een maagdarmbloeding toe als tevens een NSAID wordt gebruikt.

Bij gebruik van een salicylaat in antitrombotische dosering (preparaten tot en met 100 mg acetylsalicylzuur of carbasalaatcalcium per doseereenheid) neemt het risico op een maagbloeding toe als tevens een NSAID (exclusief ibuprofen, inclusief coxibs) wordt gebruikt.

Door toevoeging aan lithium kan de plasmaconcentratie van lithium stijgen. Waarschijnlijk heeft acetylsalicylzuur geen invloed op de lithiumconcentratie.

Combinatie met desmopressine kan leiden tot waterintoxicatie en hyponatriëmie. Deze interactie geldt niet voor de coxibs.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met heparines.

Niet beoordeeld: de digoxineconcentratie kan stijgen door indometacine en mogelijk ook door andere NSAID's.

Alcohol of combinatie van verschillende NSAID's kan het risico op een maagbloeding verhogen.

Gelijktijdig oculair gebruik van een corticosteroïd bij reeds bestaande hoornvliesontsteking verhoogt het risico op hoornvliescomplicaties.

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-formularium voor Kinderen, 2007
  2. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 07 nov 2014
  3. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 26 jan 2018
  4. Franssen MJAM et al, Werkboek Kinderreumatologie, VU Uitgeverij, 2008, 2e druk
  5. Kamps WA et al, Werkboek ondersteundende behandeling kinderoncologie, VU Uitgeverij, 2005
  6. Lang et al., Naproxen-induced pseudoporphyria in patients with juvenile rheumatoid arthritis, J Pediatr, 1994, April, 124(4), 639-42

Wijzigingen

  • 04 november 2019 12:13: Het dosisadvies bij een verminderde nierfunctie is aangepast.
  • 25 oktober 2019 15:48: Bijwerking toegevoegd op basis van Lang 1994