Parasympathicolyticum dat competitief het effect van acetylcholine op de muscarinereceptoren antagoneert. Werkingsduur: 3 dagen.
Uit beperkte farmacokinetische gegevens bij kinderen van 3 tot 18 jaar blijkt dat transdermale toediening van scopolamine leidt tot stabiele plasmaconcentraties en urinaire excretiesnelheden. De urinaire excretie van zowel vrij als geglucuronideerd scopolamine vertoont aanzienlijke interindividuele variatie. Na verwijdering van de pleister blijft scopolamine nog gedurende meer dan twee dagen aantoonbaar in de urine. In vergelijking met volwassenen lijkt bij kinderen een groter deel van het uitgescheiden scopolamine ongeconjugeerd te zijn [Nachum 2006].
Pleister MGA 1,5 mg
Breng de pleister aan op de droge, onbehaarde huid achter het oor. Zie voor het aanbrengen van een deel van de pleister Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen.
| Reisziekte |
|---|
|
| Sialorroe |
|---|
| Profylaxe van postoperatieve misselijkheid en braken |
|---|
|
Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.
Beschikbare studies bij kinderen rapporteren voornamelijk anticholinerge bijwerkingen die vergelijkbaar zijn met die bij volwassenen, waaronder xerostomie (66,7%), tachycardie (36,4%), rusteloosheid en slaperigheid (beide 35,6%), malaise (29,8%), wazig zien en verwardheid (beide 20%), roodheid of droogheid van de huid (17%), visusstoornissen (13,6%), obstipatie (10,6%), urineretentie (9,1%) en overmatige uitdroging van orale of respiratoire secreties (6,4%) [Jongerius 2004; Jeraisy 2020; Parr 2017].
Kinderen kunnen gevoeliger zijn voor neurologische en psychiatrische bijwerkingen, zoals verwardheid, hallucinaties en gedragsveranderingen. Ook is een ontwenningssyndroom na het staken van transdermaal scopolamine gemeld [FDA label Transderm].
Zeer vaak (> 10 %): Slaperigheid, duizeligheid. Accommodatiestoornissen, inclusief wazig zien, myopie en mydriase (soms unilateraal). Droge mond.
Vaak (1-10%): irritatie van de oogleden, huidirritatie.
Zelden (0,01-0,1%): desoriëntatie, verwardheid, hallucinaties, geheugen- en concentratiestoornissen, rusteloosheid, urineretentie.
Zeer zelden (< 0,01%): toename van de aanvalsfrequentie bij epileptische patiënten, acuut nauwe-kamerhoekglaucoom, gegeneraliseerde huiduitslag.
Verder zijn gemeld: reacties op de toedieningsplaats, zoals erytheem, huiduitslag, jeuk, brandend gevoel. Agitatie, afwijkende coördinatie, hoofdpijn.
Na het staken van de behandeling zijn gemeld: misselijkheid, braken, hoofdpijn, duizeligheid, evenwichtsstoornissen.
Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb
In zeldzame gevallen kunnen verwardheid en/of visuele hallucinaties optreden. In dergelijke gevallen moet de patch onmiddellijk worden verwijderd. Als de symptomen desondanks aanhouden, moeten passende therapeutische maatregelen worden genomen, bijvoorbeeld langzame i.v. (intraveneuze) toediening van 1-4 mg (0,5 mg bij kinderen) fysostigmine die indien nodig herhaald kan worden [SmPC Scopoderm].
Als slechts een deel van de pleister nodig is, mag de pleister zelf niet worden doorgeknipt, om lekkage van scopolamine uit het reservoir te voorkomen. Vouw in plaats daarvan de beschermfolie in vier delen en knip de benodigde hoek(en) van de beschermfolie af. Plaats de resterende beschermfolie terug over het actieve deel van de pleister. Breng de pleister achter het oor aan en fixeer deze zo nodig met een occlusief verband [Parr 2017, Jeraisy 2020, SmPC Scopoderm Noorwegen].
Zorg ervoor dat er slechts één pleister tegelijk aanwezig is en verwijder een eventuele vorige pleister voordat een nieuwe pleister wordt aangebracht.
Bij sialorroe moet de behandeling worden gestart met de laagst aanbevolen dosering en geleidelijk worden verhoogd tot de laagste effectieve en best verdragen dosering.
Oogheelkundige effecten: Dit middel kan door pupilverwijding de oogdruk verhogen en een aanval van acuut glaucoom veroorzaken. Bij verschijnselen in de voorgeschiedenis die kunnen wijzen op een verhoogde intraoculaire druk alleen toepassen na oogheelkundig onderzoek.
Comorbiditeit: Wees voorzichtig bij pylorusstenose, obstructie van de urinewegen (bv. bij prostaathyperplasie) of van de darm, ouderen, lever- en nierfunctiestoornissen en bij stofwisselingsstoornissen. Meer frequente aanvallen bij epilepsiepatiënten zijn gemeld. Ouderen, vooral met een milde cognitieve stoornis, zijn gevoeliger voor de centrale anticholinerge effecten, zoals verwarring.
Idiosyncratische reacties kunnen optreden, ook bij gewone therapeutische doses.
Verwijder de pleister voorafgaand aan medische scans, vanwege aluminium in één van de lagen van de pleister.
Bijwerkingen kunnen voortduren tot 24 uur of langer na verwijderen van de pleister.
Dit middel kan invloed hebben op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen. Raadpleeg ‘Rij Veilig met Medicijnen’ van het IVM.
Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.
Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.
| SEROTONINE-ANTAGONISTEN | ||
|---|---|---|
|
Kytril
|
A04AA02 | |
|
Zofran
|
A04AA01 | |
| OVERIGE ANTI-EMETICA | ||
|---|---|---|
|
Emend, Ivemend
|
A04AD12 | |