Lomitapide

Stofnaam
Lomitapide
Merknaam
Lojuxta
ATC code
C10AX12
Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Selectieve remmer van microsomaal transferproteïne (MTP), een intracellulair lipide-transferproteïne die voorkomt in het lumen van het endoplasmatisch reticulum en zorgt voor het binden en het transport van lipidemoleculen. MTP speelt een belangrijke rol bij de aanmaak van lipoproteïnen die apo-B bevatten. MTP-remming vermindert de afscheiding van lipoproteïnen en circulerende concentraties van door lipoproteïnen gedragen lipiden zoals cholesterol en triglyceriden.

Farmacokinetiek bij kinderen

Een farmacokinetische populatiebenadering werd gebruikt voor het karakteriseren van de farmacokinetiek bij volwassen en pediatrische patiënten ter ondersteuning van de selectie van de aanvangsdosis, dosisverhoging en aanbevolen maximumdosis bij pediatrische patiënten van de verschillende leeftijdsgroepen. Het model bevestigde dat het lichaamsgewicht een effect had op de farmacokinetiek [SmPC Lojuxta].

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Homozygote familiaire hypercholesterolemie (HoFH) als onderdeel van een gecombineerde lipidenverlagende behandelstrategie
5-10 jaar: 2 mg 1dd, na 8 weken zo nodig verhogen tot 5 mg 1dd en daarna met tussenpozen van ten minste 4 weken geleidelijk verhogen tot 10 mg en max. 20 mg 1dd; bij onvoldoende effect na 6 maanden zo nodig verhogen tot 30 mg 1dd;

11-15 jaar:
2 mg 1dd, na 4 weken zo nodig verhogen tot 5 mg 1dd en daarna met tussenpozen van ten minste 4 weken geleidelijk verhogen tot 10 mg, 20 mg en max. 40 mg 1dd;

16-17 jaar: 5 mg 1dd, na 4 weken zo nodig verhogen tot 10 mg 1dd en daarna met tussenpozen van ten minste 4 weken geleidelijk verhogen tot 20 mg en max. 40 mg 1dd.


Bij overgang naar een hogere leeftijdscategorie kan de dosering worden verhoogd tot de maximaal aanbevolen dosering voor die leeftijdscategorie.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Capsules 2 mg, 5 mg,  10 mg, 20 mg.

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Homozygote familiaire hypercholesterolemie
  • Oraal
    • 5 jaar tot 11 jaar
      [1]
      • Startdosering: 2 mg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: Na 8 weken zo nodig verhogen tot 5 mg/dag in 1 dosis en daarna met tussenpozen van ten minste 4 weken geleidelijk verhogen tot 10 mg/dag in 1 dosis. Max: 20 mg/dag.
      • Bij onvoldoende effect na 6 maanden zo nodig verhogen tot 30 mg/dag in 1 dosis.

    • 11 jaar tot 16 jaar
      [1]
      • Startdosering: 2 mg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: Na 4 weken zo nodig verhogen tot 5 mg/dag in 1 dosis en daarna met tussenpozen van ten minste 4 weken geleidelijk verhogen tot 10 - 20 mg/dag in 1 dosis. Max: 40 mg/dag.
    • 16 jaar tot 18 jaar
      [1]
      • Startdosering: 5 mg/dag in 1 dosis
      • Onderhoudsdosering: Na 4 weken zo nodig verhogen tot 10 mg/dag in 1 dosis en daarna met tussenpozen van ten minste 4 weken geleidelijk verhogen tot 20 - 40 mg/dag in 1 dosis. Max: 40 mg/dag.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Bij Dialyse

Bij pediatrische patiënten met nierfalen in het eindstadium die dialyse ondergaan, mag de dagelijkse dosis niet hoger zijn dan de volgende dagelijkse doses lomitapide: kinderen van 5 tot en met 10 jaar niet hoger dan 10 mg per dag; kinderen van 11 tot en met 17 jaar niet hoger dan 20 mg per dag [SmPC Lojuxta].

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Zeer vaak (> 10%): verminderde eetlust, gewichtsafname. Diarree, misselijkheid, braken, dyspepsie, buikpijn, flatulentie, opgezette buik, obstipatie. Verhoging ALAT en/of ASAT.

Vaak (1-10%): gastro-enteritis, gastritis, rectale tenesmus, frequente ontlasting, aandrang tot defecatie, hemorroïdale bloeding, gas–oprisping, aerofagie, maagdilatatie, gastro-oesofagale refluxaandoening, regurgitatie. Duizeligheid, migraine, hoofdpijn. Hepatische steatose, hepatotoxiciteit, hepatomegalie. Ecchymose, papula, erythemateuze huiduitslag, xanthoom. Vermoeidheid, asthenie. Spierspasmen. Verandering INR, abnormale leverfunctietestwaarden, verhoging alkalische fosfatase, transaminasen, verlaging kalium-, caroteen-, vitamine E- en vitamine K-gehalte. Verandering aantal neutrofielen, witte bloedcellen.

Soms (0,1-1%): gastro-intestinale infectie, influenza, naso-faryngitis, sinusitis. Anemie. Uitdroging, verhoogde eetlust. Paresthesie, slaperigheid. Oogzwelling. Vertigo. Faryngeale laesie, hoesten. Droge mond, harde ontlasting, bloeding laag in het maag-darmkanaal, bloed braken. Blaren, droge huid, overmatig zweten. Pijn in spieren, gewrichten of ledematen, gezwollen gewrichten, trillende spieren. Hematurie. Pijn op de borst, koude rillingen, koorts, malaise, loopstoornis. Verhoging serumbilirubine, gamma-glutamyltransferase. Proteïnurie. Abnormale longfunctietestwaarden.

Verder zijn gemeld: dehydratie. Alopecia. Myalgie.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

  • matige of ernstige leverfunctiestoornis of aanhoudende onverklaarbare abnormale leverfunctietestwaarden;
  • bekende significante of chronische darmaandoening zoals inflammatoire darmziekte of malabsorptie.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Leverenzymafwijkingen: Voor het begin van de behandeling ASAT, ALAT, alkalische fosfatase, totaal bilirubine, gamma-glutamyltransferase (γ-GT) en serumalbumine bepalen. Tijdens het eerste jaar van de behandeling vóór iedere dosisverhoging of maandelijks (als dit eerder is) levertesten (minimaal ALAT en ASAT) uitvoeren; na het eerste behandeljaar deze testen minimaal iedere 3 maanden en vóór iedere dosisverhoging uitvoeren. Bij verhoging van aminotransferasen ≥ 3× ULN en < 5× ULN, de meting herhalen binnen 1 week; indien dit de verhoging bevestigt, de dosering verlagen en aanvullende levertesten uitvoeren. Vervolgens testen wekelijks herhalen en toediening staken bij aanwijzingen voor abnormale leverfunctie, stijging aminotransferasen tot > 5× ULN of als aminotransferasen niet binnen ca. 4 weken onder de 3× ULN komt. Bij aanhoudende verhoging > 3× ULN verwijzen naar de hepatoloog. Bij hervatten van lomitapide nadat aminotransferasen gedaald zijn tot < 3× ULN eventueel een lagere dosis geven en vaker leverfunctietesten uitvoeren. Bij verhoging van aminotransferasen ≥ 5× ULN de toediening staken en aanvullende leverfunctietesten uitvoeren; als aminotransferasen niet binnen ca. 4 weken onder de 3× ULN komen, doorverwijzen naar een hepatoloog. Bij herstarten van lomitapide als aminotransaminasen < 3× ULN zijn, de dosis verlagen en vaker leverfunctietesten uitvoeren. Bij verhoogde aminotransferasewaarden én klinische symptomen van leverletsel (misselijkheid, braken, buikpijn, koorts, geelzucht, lethargie, griepachtige symptomen), verhoging van bilirubine ≥ 2× ULN of actieve leverzieke lomitapide staken en verwijzen naar een hepatoloog.

Controleer voor het begin van de behandeling en daarna jaarlijks op steatohepatitis en/of fibrose; overweeg bij aanwijzingen hiervoor een leverbiopsie. Vanwege het risico dat lomitapide een steatohepatitis induceert die over kan gaan in levercirrose, bij een vermoeden van steatohepatitis opnieuw de baten-risicoverhouding bepalen.

Interacties Bron: KNMP/Informatorium Medicamentorum

Lomitapide is substraat voor CYP3A4 (hoofdroute) en in mindere mate voor CYP2E1, CYP1A2, CYP2B6, CYP2C8 en CYP2C19.

Relevant:
Toename lomitapide: de concentratie stijgt door krachtige CYP3A4-remmers, de combinatie moet worden vermeden.

De concentratie stijgt door simvastatine, bij combinatie is de dosering simvastatine max. 40 mg per dag.

Niet relevant:
De concentratie stijgt door atorvastatine en rosuvastatine.

Niet beoordeeld:
De concentratie van lomitapide kan stijgen door zwakke CYP3A4-remmers. Een interval van 12 uur wordt aanbevolen.

Bij combinatie met VKA's kan de INR toenemen.

Grapefruitsap kan de biologische beschikbaarheid verhogen door remming van CYP3A4. Bij kortdurend gebruik van 1 glas of 2 grapefruits per dag is het risico op bijwerkingen laag.

ANTILIPAEMICA, ENKELVOUDIG

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

CHOLESTEROLSYNTHESEREMMERS

Atorvastatine

Lipitor
C10AA05

Fluvastatine

Lescol
C10AA04
C10AA03

Rosuvastatine

Crestor
C10AA07

Simvastatine

Zocor
C10AA01
GALZUURBINDENDE HARSEN

Colestyramine

Questran, Questran A
C10AC01
OVERIGE ANTILIPAEMICA

Ezetimib

Ezetrol
C10AX09

Referenties

  1. SmPC Lojuxta , Chiesi Pharmaceuticals B.V. (EU/1/13/851/001, EU/1/13/851/002, EU/1/13/851/003, EU/1/13/851/007), www.cbg-meb.nl, 26-05-2023
  2. Informatorium Medicamentorum, Interacties, Geraadpleegd 3-9-2026
  3. Zorginstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, bijwerkingen, waarschuwingen & voorzorgen, contra-indicaties), Geraadpleegd 3-9-2026

Wijzigingen

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering