Adenosine

Stofnaam
Adenosine
Merknaam
Adenocor
ATC code
C01EB10
Algemeen
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-Label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Paroxismale supraventriculaire tachycardie
0-18 jaar:
- eerste bolus van 0,1 mg/kg lichaamsgewicht (maximale dosis van 6 mg)
- indien nodig om de aanval van supraventriculaire tachycardie te beëindigen extra bolusinjecties met ophogingen van 0,1 mg/kg lichaamsgewicht (maximale dosis van 12 mg)

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Inj.vlst. 3 mg/ml; 6 mg/ml

Eigenschappen

Anti-arrhythmicum. Adenosine is een purinenucleoside, dat – in diverse vormen – in alle lichaamscellen aanwezig is. Het vertraagt na snelle intraveneuze toediening de geleiding door de AV-knoop. Bij paroxismale supraventriculaire tachycardie kan het de re-entry circuits, waarbij de AV-knoop betrokken is, onderbreken en een normaal sinusritme herstellen. Als diagnosticum maakt het door tijdelijke vertraging van de AV-geleiding de boezemactiviteit vanaf het ECG eenvoudiger te evalueren. In elektrofysiologische studies kan het helpen de plaats van het AV-blok te bepalen of na te gaan of geleiding ontstaat door een accessoire baan of via de AV-knoop. Werking: na 1–2 minuten (anti-aritmisch).

Kinetische gegevens

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Doseringen

Indicatie: Supraventriculaire tachycardie
  • Intraveneus
    • a terme neonaat
      [3] [4]
      • Startdosering: 100 microg./kg/dosis bolus
      • Onderhoudsdosering: Bij onvoldoende effect de startdosering ophogen naar 200 microg./kg/dosis éénmalig , max: 300microg./kg/dag LET OP: Max= Cumulatief start + onderhoud
      • Als de ritmestoornis stopt, maar direct weer terugkomt, heeft ophogen geen zin.
        Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist (kindercardiologie) die ervaring heeft met gebruik van adenosine voor deze indicatie.

    • 1 maand tot 18 jaar
      [3] [4]
      • Startdosering: 100 microg./kg/dosis bolus Maximale dosering per gift: 12mg/dosis
      • Onderhoudsdosering: Bij onvoldoende effect de startdosering ophogen met 100 microg/kg/keer tot max 300 microg./kg/dosis éénmalig , max: 500microg./kg/dag Maximale dosering per gift: 12mg/dosis LET OP: Max= Cumulatief start + onderhoud
      • Als de ritmestoornis stopt, maar direct weer terugkomt, heeft ophogen geen zin.
        Behandeling door of na overleg met een kinderarts-specialist (kindercardiologie) die ervaring heeft met gebruik van adenosine voor deze indicatie.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

OVERIGE CARDIACA

PROSTAGLANDINES

Alprostadil

Prostin VR
C01EA01
OVERIGE CARDIACA
C01EB06
PROSTAGLANDINES

Alprostadil

Prostin VR
C01EA01
OVERIGE CARDIACA
C01EB06

Bijwerkingen bij kinderen

Flushing, benauwdheidsaanval en het induceren van ventriculaire tachycardie.

Bijwerkingen bij volwassenen

Zeer vaak (> 10%): bradycardie, sinusarrest, overgeslagen hartslagen, atriale/ventriculaire extrasystolen, av–blok, ventriculaire tachycardie. Dyspneu. Blozen. Pijn of drukkend/beklemmend gevoel op de borst. Vaak (1–10%): hoofdpijn, duizeligheid, licht in het hoofd. Misselijkheid. Branderig gevoel op de toedieningsplaats. Bang gevoel. Soms (0,1–1%): sinustachycardie, palpitaties. Druk op het hoofd. Wazig zien. Hyperventileren. Metaalsmaak. Transpireren, onaangenaam gevoel in de benen, armen of rug, pijn. Slap/onbehaaglijk gevoel. Zeer zelden (< 0,01%): (ernstige) bradycardie (die niet gecorrigeerd wordt door atropine), atrium–/ventrikelfibrilleren, 'torsade de pointes'. Verergering van intracraniële hypertensie (gaat spontaan over). Bronchospasmen. Reacties op de injectieplaats. Verder zijn gemeld: (ernstige) hypotensie, (fatale) asystolie/hartstilstand (m.n. bij een ischemische hartaandoening). Syncope, convulsies (bij hiervoor vatbare patiënten). (Fatale) ademhalingsstilstand, (fatale) ademhalingsstoornissen. Braken.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij volwassenen

Tweede- of derdegraads AV-blok (behalve bij een pacemaker). Sick-sinussyndroom (behalve bij een pacemaker). Verlengd QT–interval. Ernstige hypotensie. Hartfalen. Astma en andere obstructieve longaandoeningen.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

Toediening dient plaats te vinden onder ECG controle. Adenosine heeft geen negatief-inotrope en vasodilaterende eigenschappen. Dient snel ingespoten te worden. In verband met mogelijke inductie van ventriculaire tachycardie dient defibrillator standby te staan.

Waarschuwingen en voorzorgen bij volwassenen

Toediening dient onder continue ECG-bewaking te geschieden vanwege de kans op levensbedreigende aritmieën en cardiale resuscitatiefaciliteiten dienen voor direct gebruik aanwezig te zijn. Vanwege het mogelijke hypotensieve effect voorzichtig toedienen bij stenose van de hoofdstam van de linker coronair arterie, niet gecorrigeerde hypovolemie, hartklepstenose, links–rechts shunt, pericarditis, pericard–effusie, autonome disfunctie of arteria carotis stenose met cerebrovasculaire insufficiëntie. Voorzichtigheid is geboden bij het WPW-syndroom met episoden van atriumfibrilleren en -flutter en bij een recente harttransplantatie in de anamnese (< 1 jaar geleden); bij atriumfibrilleren/flutter en een accessoire geleidingsbundel kan tijdens de behandeling met adenosine de geleiding via de anomale baan toenemen, waardoor er meer kans is op ventrikelfibrilleren; bij een recente harttransplantatie in de anamnese kan de gevoeligheid voor adenosine sterk zijn toegenomen, waardoor het effect het drie- tot vijfvoudige is van normaal; de adenosinedosering dient dan te worden verlaagd. De behandeling onderbreken bij het optreden van ernstige bradycardie; ernstige bradycardie kan het optreden van 'torsade de pointes' bevorderen, met name bij een verlengd QT-interval. Voorzichtigheid is geboden bij geringe geleidingsstoornissen (eerstegraads AV–blok, bundeltakblok), omdat deze tijdelijk kunnen toenemen tijdens de injectie en bij een recent myocardinfarct of ernstig hartfalen. De toediening staken bij persisterende of symptomatische hypotensie. Adenosine kan bronchospasmen veroorzaken of verergeren, bij gevoeligheid voor convulsies kan adenosine convulsies veroorzaken.

Interacties

Niet beoordeeld: dipyridamol blokkeert de opname van adenosine in de lichaamscellen en remt het metabolisme van adenosine, waardoor het hemodynamische effect met 75-90% kan toenemen. Bij combinatie met dipyridamol dient de dosering van adenosine te worden verlaagd of dient dipyridamol 24 uur voorafgaand aan de behandeling met adenosine te worden gestaakt.

Theofylline en coffeïne kunnen de elektrofysiologische effecten van adenosine antagoneren; theofylline dient ten minste 24 uur en coffeïnehoudende dranken dienen gedurende 12 uur voorafgaande aan de behandeling met adenosine te worden gestaakt.

Referenties

  1. College voor zorgverzekeringen (CVZ), Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 26 nov 2015
  2. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 26 nov 2015
  3. Sanofi-Aventis Netherlands BV, SPC Adenocor (RVG 16617) 16-06-2015, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  4. Turner N, et al, Advanced Pediatric Life Support - de Nederlandse editie, Reed Business, 2011, 407-17

Wijzigingen