Difterie-Kinkhoest-Tetanus-Polio -Haemophilus influenzae B vaccin (DKTP-HiB)

Stofnaam
Difterie-Kinkhoest-Tetanus-Polio -Haemophilus influenzae B vaccin (DKTP-HiB)
Merknaam
ATC code
J07CA06

Difterie-Kinkhoest-Tetanus-Polio -Haemophilus influenzae B vaccin (DKTP-HiB)


Voor ouders op Apotheek.nl
Eigenschappen - PK data - Registratiestatus
Doseringen
Nierfunctiestoornissen
Soortgelijke geneesmiddelen
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen
Interacties
Referenties
Wijzigingen

Label dosisadvies Kinderformularium

On-label

Toon SmPC tekst

SmPC tekst

Pediacel en Infanrix IPV-Hib zijn geregistreerd voor primaire vaccinatie bij zuigelingen vanaf de leeftijd van 6 weken en als boostervaccinatie na voltooing van de primaire vaccinatiereeks. Eén dosis van 0,5 ml dient gegeven te worden op drie verschillende tijdstippen met tussenpozen van ten minste een maand.
Pediacel is niet geregistreerd voor kinderen ouder dan 4 jaar. Infanrix-IPV+Hib is niet geregistreerd voor kinderen ouder dan 3 jaar.

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Geen commercieel handelsprodukt beschikbaar in Nederland.

Eigenschappen

Gecombineerd vaccin tegen difterie, kinkhoest, tetanus, polio en Hib.

Kinetische gegevens

Er is hier op dit moment nog geen informatie over beschikbaar.

Doseringen

Vaccinatie Difterie, Kinkhoest, Tetanus, Poliomyelitis en infecties veroorzaakt door Haemophilus influenzae type B. (DKTP-HiB)
  • Intramusculair
    • 1e vaccinatie: 2 maanden
      [3]
      • 0,5 ml/dosis, éénmalig.
    • 2e vaccinatie: 3 maanden
      [3]
      • 0,5 ml/dosis, éénmalig.
    • 3e vaccinatie: 4 maanden
      [3]
      • 0,5 ml/dosis, éénmalig.
    • 4e vaccinatie: 11 maanden
      [3]
      • 0,5 ml/dosis, éénmalig.

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

Er zijn geen gegevens bekend over doseeraanpassing bij nierfunctiestoornissen.

BACTERIELE VACCINS MET VIRALE VACCINS

BACTERIELE VACCINS MET VIRALE VACCINS
J07CA09

Difterie-Kinkhoest-Tetanus-Polio vaccin (DKTP)

Boostrix Polio, Triaxis Polio
J07CA02
J07CA01

Bijwerkingen bij kinderen

Zeer vaak (> 10%): lokale reacties zoals pijn, roodheid en zwelling op de injectieplaats. Verminderde eetlust, koorts, sufheid, prikkelbaarheid, abnormaal huilen, nervositeit. Braken. Vaak (1-10%): diarree. Bloeding of bloeduitstorting op de injectieplaats. Lymfadenopathie. Soms (0,1-1%): uitgebreide zwelling van het ledemaat. Convulsies. Bovenste luchtweginfectie. Hoest, rinorroe. Zelden (0,1-0,01%): jeuk, dermatitis. Verder zijn gemeld: allergische reacties incl. anafylaxie. Slaperigheid. Hypotone hyporesponsieve episode. Bleekheid. Apneu. Huiduitslag. Induratie op de injectieplaats. Oedemateuze reactie in het ledemaat (cyanose, roodheid, voorbijgaande purpura en hevig huilen). Trombocytopenie.

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contraindicaties bij kinderen

Actieve infectieziekte. Progressieve neurologische aandoening, niet-gecontroleerde epilepsie of progressieve encefalopathie. Encefalopathie met onbekende oorzaak binnen 7 dagen na eerdere inenting met een vaccin dat kinkhoest bevat.

Waarschuwingen en voorzorgen bij kinderen

De toediening van vaccins die kinkhoest bevatten zorgvuldig overwegen indien één van de volgende verschijnselen zijn opgetreden bij eerdere toediening ervan: hoge koorts (> 40 °C) binnen 48 uur na vaccinatie, die niet toe te schrijven is aan een andere oorzaak; collaps of een op shock gelijkende toestand binnen 48 uur na vaccinatie; aanhoudend (≥ 3 uur) en ontroostbaar huilen binnen 48 uur na vaccinatie; convulsies met of zonder koorts binnen 3 dagen na vaccinatie. Voorzichtig bij kinderen met progressieve neurologische aandoeningen. Uitscheiding van capsulair polysaccharide-antigeen in de urine is beschreven na ontvangst van Hib-vaccins binnen 1–2 weken na vaccinatie. dient in beschouwing te worden genomen in het geval van primaire immunisatie Bij zeer premature kinderen (geboren na ≤ 28 weken zwangerschap), met name met een niet volledig ontwikkeld ademhalingsstelsel, het risico van apneu beoordelen en de noodzaak om de ademhalingsfunctie gedurende 48–72 uur te monitoren. De vaccinatie niet uitstellen omdat het voordeel van vaccinatie voor deze groep kinderen groot is. De immunogeniciteit van het vaccin kan worden verminderd door een immunosuppressieve behandeling of immunodeficiëntie. Als de toediening van het DaKTP-vaccin gelijktijdig met het hepatitis B of met het meningokokkenvaccin type C wordt toegediend, de vaccins in verschillende ledematen inspuiten. De veiligheid en werkzaamheid bij kinderen > 3 jaar (Infanrix-IPV + Hib) en < 6 weken (primaire vaccinatie) en > 4 jaar (revaccinatie) (Pediacel) zijn niet onderzocht.

Interacties

Interacties vaccins algemeen:

Gelijktijdig geven van vaccins

  • dode (geïnactiveerde) vaccins mogen in dezelfde zitting worden toegediend met andere dode vaccins. Er hoeft geen interval te worden aangehouden tussen het toedienen van deze vaccins;
  • dode (geïnactiveerde) vaccins mogen in dezelfde zitting worden toegediend met levende vaccins. Er hoeft geen interval te worden aangehouden tussen het toedienen van deze vaccins;
  • parenteraal toegediende levende vaccins mogen in dezelfde zitting worden toegediend met oraal toegediende levende vaccins. Er hoeft geen interval te worden aangehouden tussen het toedienen van deze vaccins;
  • twee parenteraal toegediende levende vaccins worden bij voorkeur met een interval van ten minste 4 weken toegediend. Reden hiervoor is het induceren van de productie van interferonen gedurende 1-2 weken door het ene vaccin, die kunnen interfereren met de immuunrespons op het andere vaccin. Indien dit niet mogelijk is, kunnen ze ook tegelijkertijd worden toegediend.

Immunoglobulinen, bloed en bloedproducten

Deze kunnen specifieke antistoffen bevatten tegen het virus in het toegediende levende virusvaccin, waardoor de immuunrespons kan worden verzwakt. Het levende virusvaccin dient ten minste 14 dagen voor (bij varicellavaccin wordt aangegeven 1 maand) of ten minste 6 weken na (bij voorkeur 3 maanden, bij varicellavaccin wordt aangegeven 5 maanden) toediening van immunoglobulinen, bloed of bloedproducten te worden gegeven.

Van zostervaccin is niet bekend of het een interactie geeft met bloedproducten; er hoeft geen interval te worden aangehouden.

Immunoglobulinen, bloed en bloedproducten van Nederlandse donoren bevatten geen antistoffen tegen het gelekoortsvirus; deze mogen gelijktijdig worden gegeven met het gelekoortsvaccin.

Relevant:

Levende vaccins: tijdens het gebruik van middelen die immunosuppressief werken (immunosuppressiva, corticosteroïden, bepaalde DMARD's, veel oncolytica (inclusief een aantal tyrosinekinaseremmers en monoklonale antilichamen met immunosuppressieve werking, zie aldaar)) kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectieziekte veroorzaken. Deze combinaties moeten worden vermeden. Combinatie met corticosteroïden is in het algemeen gecontraïndiceerd zolang het corticosteroïd immunosuppressie veroorzaakt, met name bij systemisch gebruik langer dan 2 weken, echter niet bij suppletie en niet bij lokale toepassing (behalve bij grote oppervlakken onder occlusie).

Tijdens het gebruik van monoklonale antilichamen die immunomodulerend werken (zie aldaar) kan vaccinatie met levende micro-organismen een gegeneraliseerde infectie veroorzaken, en kan vaccinatie sowieso niet of minder effectief zijn gezien het ontbreken van een adequate immuunrespons. De combinatie moet worden vermeden.

Niet-levende vaccins: tijdens het gebruik van middelen die immunosuppressief werken (immunosuppressiva, corticosteroïden, bepaalde DMARD's, veel oncolytica (inclusief een aantal tyrosinekinaseremmers en monoklonale antilichamen met immunosuppressieve werking, zie aldaar)) kunnen vaccinaties met gedode verwekker of afgeleid antigeen minder effectief zijn door een verminderde immuunrespons. In sommige gevallen kan het vaccin herhaald worden toegediend of kan een titerbepaling worden gedaan. Griepvaccinatie wordt sowieso aanbevolen bij personen met verminderde weerstand tegen infecties (bijvoorbeeld door immunosuppressieve medicatie of chemotherapie).

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met lokaal toegediend pimecrolimus of tacrolimus.

Referenties

  1. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas ( Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen)., Geraadpleegd 19 okt 2014
  2. Informatorium Medicamentorum, ( Interacties), Geraadpleegd 29 juni 2017
  3. Sanofi Pasteur MSD, SPC Pediacel RVG 32118, www.cbg-meb.nl, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h32118.pdf (geraadpleegd 28 okt 2009)
  4. GlaxoSmithKline BV, SPC Infanrix-IPV+Hib RVG 34567, www.cbg-meb.nl, http://db.cbg-meb.nl/IB-teksten/h22123.pdf (geraadpleegd 28 okt 2009)

Wijzigingen

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering