Bosentan

Stofnaam
Bosentan
Merknaam
Tracleer
ATC code
C02KX01
Doseringen
Nierfunctiestoornissen

Produkten, hulpstoffen, toediening en tekorten
Bijwerkingen
Contraindicaties
Waarschuwingen en voorzorgen

Interacties
Eigenschappen (PD/PK)

Registratiestatus
Middelen uit dezelfde ATC groep
Referenties
Versiebeheer

Eigenschappen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Bosentan is een endotheline receptor antagonist (ERA) met affiniteit voor de receptoren endotheline A (ETA) en B (ETB). Het vermindert zowel de pulmonale als de systemische vaatweerstand met als gevolg een toename van het hartminuutvolume zonder toename van de hartslag.

 

Farmacokinetiek bij kinderen

Farmacokinetische gegevens afkomstig van onderzoek bij kinderen hebben aangetoond dat de plasmaconcentraties bosentan bij kinderen gemiddeld lager waren dan bij volwassen patiënten en niet werden verhoogd door de dosis Tracleer verder te verhogen dan tot tweemaal daags 2 mg/kg.

Het onderzoek van Barst et al. (n=18, 3 tot 15 jaar) noemt na een enkelvoudige dosis bosentan de volgende gemiddelde farmacokinetische parameters:

Dosis Cmax(ng/ml) Tmax (uur) T1/2 (uur)
31,25 mg 959 1,0 4,7
62,5 mg 815 2,5 5,3
125 mg 1709 4,0 4,2

Na meervoudige dosering worden de volgende gemiddelde farmacokinetische parameters genoemd:

Dosis Cmax(ng/ml) Tmax (uur) T1/2 (uur)
62,5 mg/dag in 2 doses 685 2,5 6,0
125 mg/dag in 2 doses 1136 1,0 5,6
250 mg/dag in 2 doses 1200 1,8 5,3

Label dosisadvies Kinderformularium

> 1 jr: On-label

Toon SmPC tekst Toon SmPC tekst

SmPC tekst

> 1 jr: 4 mg/kg/dag in 2 doses

Beschikbare toedieningsvormen/sterktes

Tablet filmomhuld (als 1-water) 62.5 mg, 125 mg
Dispergeerbare tablet (als 1-water), 32 mg
Capsule (als 1-water) 1 mg, 5 mg

Overige info toediening/beschikbaarheid

Informatie over geneesmiddeltekorten

Doseringen

Pulmonale arteriele hypertensie
  • Oraal

Nierfunctiestoornissen bij kinderen > 3 maanden

GFR ≥10 ml/min/1.73m2: aanpassing van de dosering is niet nodig.

GFR <10 ml/min/1.73m2: een algemeen advies kan niet worden gegeven.

Bijwerkingen bij kinderen

Verhoogde transaminase waarden, hypotensie, oedeem, hoofdpijn, blozen, bovenste luchtweginfecties, nasofaryngitis, koorts, braken, bronchitis, abdominale pijn, diarree, verlaagd hemoglobine/anemie, syncope, verhoogd bilirubine, trombocytopenie, pijn op de borst, vermoeidheid, pneumonie.

Bijwerkingen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Zeer vaak (> 10%): vochtretentie, oedeem, hoofdpijn, verhoogde waarden leveraminotransferasen ≥ 3× ULN.

Vaak (1-10%): overgevoeligheidsreacties zoals huidontstekingen, jeuk, uitslag. Erytheem. Hypotensie, palpitaties, syncope, overmatig blozen. Gastro-oesofageale refluxziekte, diarree. Neusverstopping. Afname hemoglobineconcentratie, anemie.

Soms (0,1-1%): trombocytopenie, neutropenie, leukopenie. Verhoogde aminotransferasen geassocieerd met (exacerbatie van onderliggende) hepatitis en/of geelzucht.

Zelden (0,01-0,1%): anafylaxie en/of angio-oedeem. Levercirrose, leverfalen.

Verder is gemeld: wazig zien. Dyspneu (bij pulmonale hypertensie secundair aan ernstige COPD).

Meld bijwerkingen bij kinderen altijd bij Lareb

  • Bij kinderen worden veel geneesmiddelen off-label gebruikt. Alle ervaringen zijn belangrijk om te melden om zo meer kennis te verzamelen en te delen
  • Ook wanneer u niet zeker weet of de bijwerking echt door het geneesmiddel komt
Meld hier

Contra-indicatie algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

  • matige tot ernstig gestoorde leverfunctie (Child-Pughscore 7–15);
  • uitgangswaarden van lever-aminotransferasen (ASAT en/of ALAT) > 3× ULN.

Waarschuwingen en voorzorgen algemeen Bron: ZorgInstituut Nederland - Farmacotherapeutisch Kompas

Controleer leverenzymwaarden voor het begin van de behandeling, twee weken na elke dosisverhoging en vervolgens maandelijks. Veranderingen van leverenzymen doen zich meestal voor tijdens de eerste 26 weken van de behandeling, maar kunnen ook later optreden; deze veranderingen zijn dosisafhankelijk, vaak asymptomatisch en reversibel. Bij verhoging van de ALAT/ASAT-waarden de dosering verlagen (bij > 3 en ≤ 5× ULN ('upper limit of normal')) of tijdelijk staken (bij > 5 en ≤ 8× ULN) en controleer minstens iedere twee weken de ALAT/ASAT-waarden. Bij terugkeren van de ALAT/ASAT-waarden tot het niveau van vóór de behandeling kan eventueel bosentan opnieuw worden geïntroduceerd onder strenge controle van de ALAT/ASAT-waarden (< 3 dagen na hervatting, vervolgens na 2 w. en dan weer maandelijks én 2 w. na elke dosisverhoging). Bij klinische symptomen van leverschade (misselijkheid, braken, koorts, buikpijn, geelzucht, ongebruikelijke slaperigheid/moeheid, griepachtig beeld) of bij ALAT/ASAT-waarden van > 8× ULN de behandeling staken en niet meer opnieuw beginnen.

Een lichte, dosisafhankelijke afname in de hemoglobineconcentratie is mogelijk en stabiliseert zich dan na de eerste 4–12 weken van de behandeling; soms kan echter ernstige anemie ontstaan die transfusies met rode bloedcellen noodzakelijk maken. De hemoglobineconcentratie controleren vóór aanvang van de therapie, daarna maandelijks gedurende vier maanden en daarna om de drie maanden.

Met name bij ernstige systolische disfunctie (linkszijdig hartfalen) kan behandeling met bosentan leiden tot vochtretentie. Indien dit optreedt, starten met een diureticum of de dosering van bestaande behandeling met diuretica verhogen. Indien vóór starten met bosentan vochtretentie is vastgesteld, eerst diuretica geven.

Grote voorzichtigheid is geboden bij pulmonale veno-occlusieve aandoeningen in verband met het risico van een levensbedreigend longoedeem.

Indien tijdens gebruik van bosentan de klinische situatie verslechtert, overschakelen op een andere behandeling.

De werkzaamheid van bosentan is niet vastgesteld bij ernstige pulmonale arteriële hypertensie (= NYHA-klasse IV).

Het is niet aangetoond dat bosentan een gunstig effect heeft op de genezing van bestaande digitale ulcera bij systemische sclerose.

Interacties Bron: KNMP/Informatorium Medicamentorum

Bosentan is substraat voor CYP2C9 en CYP3A4; het induceert CYP2C9, CYP3A4 en mogelijk CYP2C19.

Relevant:
Afname bosentan: de concentratie daalt door rifampicine.

Toename bosentan: de concentratie stijgt door ketoconazol; ketoconazol wordt bij voorkeur vermeden.

Sildenafil verhoogt de AUC en de Cmax met als mogelijk gevolg meer hepatotoxiciteit; andersom verlaagt bosentan de AUC en Cmax van sildenafil. Bij combinatie is extra controle van het klinisch effect en van transaminasewaarden nodig.

Bosentan verlaagt de concentratie van: hormonale anticonceptiva, cumarinederivaten, en van atorvastatine en simvastatine en hun actieve metabolieten. Bij hormonale anticonceptie is alternatieve anticonceptie gewenst; gezien de teratogeniteit van bosentan is zwangerschap ongewenst.

Overig effect: de dalconcentratie van bosentan stijgt ong. 30-voudig door ciclosporine; bovendien wordt de concentratie van ciclosporine gehalveerd. De combinatie wordt ontraden; als toch wordt gecombineerd, moeten de ciclosporineconcentratie en de leverfunctie extra worden gecontroleerd.

Bij combinatie met glibenclamide daalt de concentratie van beide middelen. Bovendien is een toegenomen incidentie gezien van verhoogde transaminasewaarden. Deze combinatie wordt ontraden.

Combinatie met HCV-middelen of HIV-middelen wordt ontraden.

Niet relevant: de concentratie van digoxine en riociguat kan dalen.

Geen interactie: in de literatuur is onvoldoende onderbouwing voor interactie met fluconazol, itraconazol en voriconazol.

Niet beoordeeld: sirolimus en tacrolimus zouden, net als ciclosporine, de bosentanconcentratie kunnen verhogen. Verder zou bosentan de concentratie van sirolimus en tacrolimus kunnen verlagen. De fabrikant ontraadt deze combinaties.

Bosentan verlaagt de AUC van tadalafil (40 mg 1x per dag) met ong. 42% en de Cmax met ong. 27% na gelijktijdige toediening van meerdere doses.

 

OVERIGE ANTIHYPERTENSIVA

Deze pagina geeft een overzicht van geneesmiddelen uit dezelfde ATC groep. Let op: Dit betekent niet per definitie dat deze middelen onderling uitwisselbaar zijn.

ANTIHYPERTENSIVA VOOR PULMONAIRE ARTERIELE HYPERTENSIE

Ambrisentan

Volibris
C02KX02

Referenties

  1. Rademaker C.M.A. et al, Geneesmiddelen-Formularium voor Kinderen, 2007
  2. Actelion Registration Ltd, SPC Tracleer (EU/1/02/220/006) 16-07-2015, www.geneesmiddeleninformatiebank.nl
  3. Maxey DM et al,, Food and Drug Administration (FDA) postmarket reported side effects and adverse events associated with pulmonary hypertension therapy in pediatric patients., Pediatr Cardiol, 2013, 34(7), 1628-36
  4. Barst RJ et al, , Pharmacokinetics, safety, and efficacy of bosentan in pediatric patients with pulmonary arterial hypertension, Clin Pharmacol Ther, 2003, 73(4), 372-82
  5. Beghetti M et al,, Pharmacokinetic and clinical profile of a novel formulation of bosentan in children with pulmonary arterial hypertension: the FUTURE-1 study., Br J Clin Pharmacol, 2009, 68(6), 948-55
  6. Berger RM et al, FUTURE-2: Results from an open-label, long-term safety and tolerability extension study using the pediatric FormUlation of bosenTan in pUlmonary arterial hypeRtEnsion, Int J Cardiol, 2016, 202, 52-8
  7. ZorgInstituut Nederland, Farmacotherapeutisch Kompas (Eigenschappen, Contra-Indicaties, Bijwerkingen, Waarschuwingen en Voorzorgen), Geraadpleegd 25-11-2021
  8. Informatorium Medicamentorum, (Interacties), Geraadpleegd 12 okt 2018

Wijzigingen

  • 28 april 2022 20:09: Doseeradvies bij nierfunctiestoornissen aangepast op basis van advies Werkgroep dosering bij nierfunctiestoornissen.
  • 11 januari 2016 14:22: De wetenschappelijke literatuur over de toepassing van bosentan bij kinderen is opnieuw beoordeeld. Dit heeft geleid tot een aanpassing van het doseeradvies en de toevoeging van bijwerkingen bij kinderen.

Therapeutic Drug Monitoring


Overdosering